Kwaliteitsbeeld
ZorgAccent - maart 2026
Lees alles over onze reflectie op kwaliteit en de daarbijhorende bouwstenen.
Bouwstenen
Onze werkgroepen dragen hieraan bij door samenwerking en kennisdeling te stimuleren.
Werkgroepen
Meer weten over onze organisatie? Alle feiten en weetjes over ZorgAccent vind je hier.
Feiten & cijfers
Waar focussen wij ons op in 2026?
Vooruitblik
Inleiding kwaliteitsbeeld ZorgAccent en reflectie op de beweging van het kwaliteitskader
In 2025 heeft ZorgAccent vol ingezet op vernieuwing en ontwikkeling op verschillende gebieden om samen anders te werken en te handelen. Dit kwaliteitsbeeld laat alleen de meest opvallende initiatieven zien, maar elke dag wordt er hard gewerkt aan slimmere organisatie en nieuwe werkwijzen. Zorgteams krijgen veel op hun bord: de complexiteit en zwaarte van de zorg blijven groeien in alle onderdelen van de organisatie. De uitdaging is om hierin mee te bewegen, de focus te behouden en medewerkers zo goed mogelijk te ondersteunen. Ons doel? Hen in staat stellen hun vak met passie en professionaliteit uit te oefenen én het werk interessant en plezierig te houden. Zo kunnen collega’s het beste van zichzelf geven aan inwoners, cliënten en bewoners in Twente, en écht een verschil maken in hun leven. Het nieuwe kwaliteitskompas, dat in 2024 is vastgesteld, past naadloos bij de visie van ZorgAccent en de kwaliteit en ontwikkeling van zorg die we voor ogen hebben. Met pijlers als eigen regie, samen redzaam zijn, samenwerken en technologie en vernieuwing, biedt het kwaliteitskompas een duidelijke richting voor toekomstbestendige zorg. Daarnaast heeft ZorgAccent ook pijlers voor collega’s geformuleerd. Zo staat de basis op orde voorop: geen onnodige toeters en bellen, maar zo goed mogelijk ondersteunen daar waar het écht nodig is. Ook goed werkgeverschap is een belangrijke pijler, met aandacht voor het behouden van huidige collega’s en het werven van nieuwe professionals. Tot slot werkt de organisatie aan een gezonde organisatie, waarbij duurzaamheid en toekomstbestendigheid centraal staan. Op deze manier wordt niet alleen goede zorg voor cliënten gewaarborgd, maar ook een stabiele en aantrekkelijke werkomgeving voor medewerkers.
Bouwstenen
Het kennen van de wensen en behoeften
Het bouwen van netwerken
Het werk organiseren
Leren en ontwikkelen
Reflectie op bouwsteen 1
Het kennen van de wensen en behoeften
Bij ZorgAccent werken we met zelfsturende teams die hun vak met passie en verantwoordelijkheid uitoefenen. De regie die zij zelf ervaren, dragen ze ook over op bewoners en cliënten. Dit betekent dat we samen kijken naar wat iemand zelf kan en hoe we ondersteuning op maat bieden. Onze professionals gaan in gesprek met mensen met een zorgvraag, hun mantelzorgers, naasten en het sociale netwerk. Dit begint al bij de wijkzorg (wijkverpleging, dagbesteding, thuisbegeleiding en casemanagement dementie) en, bij een noodzakelijke opname, met een cliëntadviseur. Daarna zetten we deze aanpak voort binnen de woonzorg. Het fundament van onze werkwijze? Goed luisteren en open, eerlijke communicatie. Zo zorgen we ervoor dat zorg écht aansluit bij de wensen en behoeften van de cliënt. Op basis van een open gesprek worden afspraken gemaakt over wat iemand zelf nog kan doen, wat samen met het sociale netwerk gedaan kan worden, welke mogelijkheden de lokale omgeving, hulpmiddelen en technologie bieden en wat van de professionele zorg verwacht mag worden en gewenst is, ook als de situatie verandert. De professional deelt de uitkomsten van het gesprek en de afspraken op een voor alle betrokkenen toegankelijke manier en legt deze vast in een ondersteuningsplan. Hoe hard onze zorgprofessionals hieraan werken is zeker terug te lezen in de prachtige uitkomsten van het cliënttevredenheidsonderzoek.
Cliënttevredenheidsonderzoek
Werkgroepen
Natuurlijk blijft het door ontwikkelen en kunnen we verbeteren. Hier zijn we dan ook hard mee bezig. Neem bijvoorbeeld een kijkje in de werkgroepen die zich bezighouden met onderwerpen uit deze bouwsteen.
Benieuwd naar plannen voor 2026? Bekijk de interviews van bestuurders en afdeling opleiding.
Interview opleiding woonzorg
Interview directeur woonzorg
Interview directeur wijkzorg
Reflectie op bouwsteen 2
Het bouwen van netwerken
Om het sociale netwerk een grotere rol te geven in iemands kwaliteit van leven, is een andere aanpak nodig. Dit vraagt niet alleen om meer betrokkenheid van naasten, maar ook om een nieuwe rol voor professionele zorg. Dit is ook in voorgaande bouwsteen terug gekomen. Als grootste organisatie in de regio, zijn we ons bewust van de verantwoordelijkheid die we hebben om stevige netwerken neer te zetten en te onderhouden. Dit is te zien in verschillende initiatieven waar we aan bijdragen of initiatiefnemer in zijn. Met de Ondernemingsraad, Cliëntenraad en cliëntvertegenwoordigers is op verschillende thema’s en manieren constructief samengewerkt. In deze korte interviews vertellen leden wat hun werkzaamheden zijn en hoe ze afgelopen jaar hebben samengewerkt aan kwaliteit van zorg- en dienstverlening.
Interview Ondernemingsraad
De stem van de cliënt
Interview Cliëntenraad
Reflectie op bouwsteen 3
Het werk organiseren
Het is essentieel om continu voldoende zorg en welzijn beschikbaar te hebben, met de juiste mix van deskundigheid die aansluit bij de zorgvraag in de regio. Voor kwetsbare mensen is vaak extra of gespecialiseerde kennis nodig. Bij onverwachte of complexe medische situaties staat er altijd expertise klaar om snel de juiste inschattingen te maken en de juiste professionals in te schakelen. Zoals eerder genoemd, geeft ZorgAccent veel zeggenschap aan vakmensen in de praktijk door middel van zelfsturing. Binnen zorgteams wordt gezamenlijk bepaald wat nodig is om verantwoorde zorg te bieden. Teams hebben de vrijheid om zelf te beslissen over scholing en kunnen waar nodig advies inwinnen bij Kennisdragers, kernteams of ondersteuners. Uiteindelijk ligt de beslissing bij het zorgteam zelf. Het beeldzorgteam (ZaraZorg) is in 2025 uitgebreid en we hebben onderzocht hoe VPT een plek kan krijgen binnen het zorglandschap. Na het project rondom ‘vrijheid en veiligheid’ bij het Stadskwartier, gaan we in 2026 met nog 2 (of 3) locaties onderzoeken hoe we binnen de PG-afdelingen meer vrijheid kunnen inrichten voor de bewoners. Voor deze en meer initiatieven en werkgroepen, kijk op de overzichtspagina.
Werkgroepen
Reflectie op bouwsteen 4
Leren en ontwikkelen
Leren en ontwikkelen is een gedeelde verantwoordelijkheid binnen de zorgorganisatie. Van individuele professionals en zorgteams tot kwaliteits- en beleidsmedewerkers, teamcoaches en bestuurders: iedereen draagt hieraan bij. Samen met cliëntenraden, beroepsorganisaties, academische werkplaatsen en andere partners werken we continu aan verbetering. Een open leerklimaat staat daarbij centraal. Door korte feedbackcycli, regelmatige reflectie en een open dialoog blijven we onszelf ontwikkelen. Dit geldt niet alleen voor zorgverleners en bestuurders, maar ook voor mensen met een zorgvraag en hun naasten. Ook zij worden gestimuleerd om mee te denken en actief bij te dragen aan hun eigen zorg en welzijn. Inzicht in kwaliteit is onmisbaar om te leren, te verbeteren én verantwoording af te leggen. Leren en ontwikkelen gaan dan ook hand in hand met veranderprojecten, interne en externe visitaties en tevredenheidsonderzoeken. Samenwerken betekent bovendien automatisch dat we van elkaar leren: we nemen goede voorbeelden over en stoppen met wat niet (meer) werkt. Juist leren tijdens het werk blijkt vaak het meest effectief. ZorgAccent biedt medewerkers en teams daarom volop ruimte om zich op verschillende manieren te ontwikkelen. Daarbij sluiten we aan bij de intrinsieke motivatie van medewerkers en bij actuele leervragen binnen het team. Wat wil iemand leren? Wat speelt er in het team? En welke ruimte of mogelijkheden kunnen we creëren? Zo maken we leren praktisch, relevant en direct toepasbaar in de dagelijkse zorgpraktijk. Het borgen van de inzichten die zijn opgedaan in projecten en visitaties blijft een uitdaging. In 2025 en doorlopend in 2026 is dan ook van belang dat veranderingen blijvend worden geïmplementeerd. Zo zijn de projecten van afgelopen jaar meer gestructureerd door onze adviseurs bedrijfsprocessen en wordt de zoektocht naar langdurige borging steeds duidelijker zichtbaar bij werkgroepen, initiatieven en visitaties. In het kwaliteitsbeeld van afgelopen jaar werd ook aangegeven dat een overdaad van werkgroepen en activiteiten niet altijd tot het behalen van doelen leidt. In gesprek met directeuren woonzorg en wijkzorg hebben we het hierover.
Interne visitatie Huishoudeijke Ondersteuning: leren en ontwikkelen
Interne visitatie wijk- en woonzorg: Zorgtechnologie en WZD
Externe visitatie wijk- en woonzorg met Zorggroep Sint Maarten: ‘vrijheid en veiligheid’.
Interview directeur woonzorg
Interview directeur wijkzorg
Werkgroepen
Vooruitblik 2026
Kies een werkgroep voor meer informatie of ga gelijk door naar de vooruitblik naar 2026.
Samen sterk in werk
Warm welkom
Congrestival
Moderne werkplek
Samen doen
CTO wijk-woon
Visitaties wijk & woon
Visitatie huishoudelijke ondersteuning
Duurzaamheid
Kennisnetwerk palliatieve zorg
Externe visitatie wijk & woon
Cura model
Vrijheid veiligheid
Woon/wijk
Versneld verbinden
Omgevingszorg
Positionering parkinsonverpleegkundigen
Logeerzorg (Twentse Koers)
Buurt als ecosysteem
Zelf zorgen, samen doen
Versterking Eerstelijnszorg
VPT
Gemeentekringen WMO
Congrestival
Op welke manier heeft dit bijgedragen aan de kwaliteit?
Verbindt collega’s, inspireert en zet beweging in gang rondom vakmanschap en werkplezier.
Wat was de grootste uitdaging?
Een programma maken dat voor álle functies en locaties relevant voelt.
Wat is je het meest bijgebleven?
De energie en trots die loskwam door samen te leren en vieren.
Wat is de vooruitblik richting 2026?
Doorontwikkelen naar een vast, herkenbaar moment voor de nieuwe editie in 2028.
Moderne werkplek
Op welke manier heeft dit bijgedragen aan de kwaliteit?
Zorgt voor efficiënter werken, betere samenwerking en minder frustratie in het dagelijks werk.
Wat was de grootste uitdaging?
Iedereen meenemen in de digitale veranderingen, met verschillende niveaus van digitale vaardigheid.
Wat is je het meest bijgebleven?
Kleine verbeteringen die een groot verschil maakten in het werk van collega’s, zoals een nieuwe telefoon.
Wat is de vooruitblik richting 2026?
Verder vereenvoudigen, digitaal vaardigheid een beetje verhogen en nog meer collega’s voorzien van hun moderne werkplek.
Samen sterk in werk
Op welke manier heeft dit bijgedragen aan de kwaliteit?
Versterkt duurzame inzetbaarheid, samenwerking en werkplezier van medewerkers.
Wat was de grootste uitdaging?
Van bewustwording naar samen sterk worden in werk.
Wat is je het meest bijgebleven?
Open gesprekken en herkenning tussen collega’s.
Wat is de vooruitblik richting 2026?
Lancering van dit project in teams met focus op duurzame inzetbaarheid, samenwerking en werkplezier van medewerkers en vooral eigen regie.
Warm welkom
Deze werkgroep richt zich op de herinrichting van de HR-processen binnen AFAS, maar vooral: hoe gaan we om met nieuwe collega’s? Welke communicatie ontvangt hij/zij en hoe draagt dit bij aan een goede onboarding en een nieuwe medewerker die zich welkom en verbonden voelt?
Op welke manier heeft dit bijgedragen aan de kwaliteit?
Door het HR-proces rondom nieuwe medewerkers volledig te herzien, creëren we een 'droomproces' voor het aannemen van collega’s. Dit zorgt ervoor dat nieuwe collega’s een goede, warme start maken en direct met de juiste middelen aan de slag kunnen, zodat de zorg ongestoord door kan gaan. Ook van de mutatiebegeleider in een team.
Wat was de grootste uitdaging?
De grootste uitdaging was om alle verschillende perspectieven en wensen vanuit de organisatie te vertalen naar één gestroomlijnd en werkbaar digitaal proces binnen AFAS.
Wat is je het meest bijgebleven?
De kracht van onze samenwerking. Administratieve last voor collega's tot een minimum te beperken. Er is een proces neergezet dat het werk voor iedereen: van de nieuwe medewerker tot de collega die de indiensttreding begeleidt, écht makkelijker maakt.
Wat is de vooruitblik richting 2026?
De start staat, fijn om dit verder uit te rollen en ook na te denken over andere zaken (naast een goed proces in AFAS) die bijdragen aan een fijne start en een warm welkom.
Visitaties wijk & woon
Op welke manier heeft dit bijgedragen aan de kwaliteit?
Als organisatie zijn we veelal bezig met het plannen en uitvoeren van zorg en vernieuwing. Het is echter ook belangrijk om te checken of we als organisatie de goede kant op gaan. Om te onderzoeken hoe het de huidige werkwijze is rondom kwaliteitsthema’s en ervaringen van teams met elkaar te verbinden zijn er twee visitatieteams in het leven geroepen: huishoudelijke ondersteuning en wijk- en woonzorg. Deze visitatieteams gaan in gesprek met een aantal teams en collega’s over specifieke onderwerpen, zonder oordelen.
Wijk- en woonzorg
In 2025 hebben er twee visitatierondes plaatsgevonden met als onderwerpen: Zorgtechnologie en WZD. Er zijn verschillende aanbevelingen gedaan voor zowel teams als voor de organisatie. Voor meer informatie over de uitkomsten klik hier
Wat is de vooruitblik richting 2026/2027?
Plannen 2026: We hebben nu in twee jaar vier verschillende onderwerpen mogen onderzoeken met het visitatieteam. Het is nu ook tijd om te kijken of we de visitaties op een goede manier ingericht hebben. Dus: een evaluatiejaar. Doen we nog het goede? Worden uitkomsten geborgd? Zo hopen we in 2027 een nieuwe doorstart te maken met alle geleerde lessen. Vooruitblik 2027: De visitaties leveren veel waardevolle informatie op voor zowel teams als ondersteuning, maar het blijft een uitdaging om deze inzichten om te zetten in concrete veranderingen. Hoewel het visitatieteam een checkfunctie heeft binnen de PDCA-cyclus, is het wenselijk om de resultaten beter te borgen. Daarom wordt in 2026 onderzocht hoe hier meer aandacht voor kan komen, onder andere door aan het einde van het jaar te evalueren wat er met de uitkomsten is gedaan.
Interne visitatie wijk- en woonzorg: Zorgtechnologie en WZD
Samen doen
Op welke manier heeft dit bijgedragen aan de kwaliteit?
Deze werkgroep is in 2023 begonnen met als doel om de samenwerking te stimuleren tussen de zorgprofessionals en de naasten en vrijwilligers. We zullen de zorg in de toekomst steeds meer gezamenlijk moeten doen, gezien de vergrijzing (meer ouderen) en minder personeel (minder jongeren). Daarnaast is het ‘samen doen’ ook een kans om de kwaliteit van leven te verhogen! Juist dat bekende gezicht en dat extra moment van gezien worden, kan het verschil maken. Afgelopen jaar hebben we een handreiking ontwikkeld die weergeeft wat de verantwoordelijkheden en mogelijkheden zijn voor naasten. Daarnaast zijn er een aantal familiebijeenkomsten georganiseerd rondom het ‘samen doen’ en workshops gegeven op het Congrestival.
Wat was de grootste uitdaging?
Als alles op orde is wordt de noodzaak van samen doen snel uit het oog verloren door teams. Zoals de gesprekken met naasten 2 weken na opname over dit onderwerp: dit is nog bij veel teams niet onder de aandacht of wordt vergeten. Hoe ondersteunen we hier het best in als werkgroep?
Wat is je het meest bijgebleven?
Tijdens het Congrestival in mei 2025 hebben we meerdere workshops aangeboden waarin we aandacht hebben gegeven aan dit onderwerp. Eenmaal in gesprek met de medewerkers, merk je dat de wil om meer samen te werken met familie en vrijwilligers er zeker wel is. Echter gaf men aan dat het soms ook ingewikkeld kan zijn. Ideeën zijn er wel, maar deze ook daadwerkelijk tot uitvoering brengen vraagt vaak investering van tijd en energie. In de prioritering van werkzaamheden komt dit dan voor de korte termijn toch vaak onderaan te staan. Voor de lange termijn zitten er echter ook veel voordelen aan om juist wel te investeren en daar hebben we mooie gesprekken over mogen voeren. In deze mooie gesprekken kwamen we ook steeds meer tot de conclusie dat er al hele mooie dingen gebeuren binnen de organisatie, maar dat we dit soms als vanzelfsprekend zien.
Wat is de vooruitblik richting 2026?
Van maart-mei organiseren we op elke locatie een ‘Samendoen-week’. Tijdens deze week is er extra aandacht voor het thema Samendoen. Dit doen we door informatiemateriaal neer te zetten voor naasten en mantelzorgers en door met jullie in gesprek te gaan over hoe we jullie het beste kunnen ondersteunen in het samenwerken met familie en naasten. We willen het onderwerp onder de aandacht houden door het gesprek aan te gaan en hulp te bieden op een laagdrempelige manier.
CTO wijk-woon
Dit jaar is een nieuw cliënttevredenheidsonderzoek uitgevoerd in het kader van het generieke kwaliteitskompas. Dit jaar is de vragenlijst aan bijna alle cliënten binnen de woonzorg en wijkverpleging voorgelegd, waar dit vorig jaar bij een beperktere groep gebeurde. De uitvraag vond plaats via een mailing (woonzorg) of via een brief met QR-code (wijkverpleging). Deze aanpak is gekozen om de belasting voor zorgprofessionals niet te verhogen en tegelijkertijd alle cliënten de mogelijkheid te geven hun mening te delen. Dit heeft geleid tot een hogere respons dan in voorgaande jaren. De vragen zijn allen positief beoordeeld, met scores boven de 8,1. Opvallend is dat deze resultaten opnieuw hoger liggen dan het gemiddelde van vergelijkbare organisaties. Dit is een prachtig resultaat om trots op te zijn en laat zien hoe goed het werk van onze zorgprofessionals wordt gewaardeerd. Naast de goede uitkomsten, zijn er ook uitkomsten waar teams van kunnen leren. Daarom worden de resultaten besproken op locatieniveau binnen de woonzorg tijdens verpleegkundige overleggen. Daarnaast kunnen wijkteams alle resultaten inzien via het online dashboard van het meetbureau. Volgend jaar is het streven om alle resultaten opnieuw per mail te delen, zodat de drempel om hier actief mee aan de slag te gaan verder wordt verlaagd. Bekijk de resultaten van de meting hier:
Cliënttevredenheidsonderzoek
Visitatie Huishoudelijke ondersteuning
In 2025 is onderzocht hoe leren en ontwikkelen wordt ervaren en hoe hier beter op kan worden aangesloten. De resultaten bieden inzicht in de doorontwikkeling van de online leeromgeving Pynter en in de leerwensen van huishoudelijk ondersteuners. Een blijvende uitdaging bij deze visitaties is het doorvoeren van verbeteringen als gevolg van de werkdruk bij zorgbemiddelaars. Daarom is ervoor gekozen de onderwerpen beter te laten aansluiten bij actuele vraagstukken. Ook dit jaar is het doel om de resultaten te analyseren en hieruit concrete verbeteracties te formuleren en uit te zetten, door zowel afdeling ontwikkeling als door/met zorgbemiddelaars. Klik hier voor de samenvatting van de resultaten:
Interne visitatie Huishoudeijke Ondersteuning: leren en ontwikkelen
Externe visitatie wijk & woon
Op welke manier heeft dit bijgedragen aan de kwaliteit?
Naast de interne visitatie, is afgelopen jaar ook voor het eerst een externe visitatie uitgevoerd met Zorggroep Sint Maarten. Een externe visitatie voegt waarde toe door een frisse blik, het delen van kennis en inspiratie, en het vergroten van objectiviteit en transparantie. Sint Maarten en ZorgAccent houden elkaar een spiegel voor die leren en ontwikkelen stimuleert, in lijn met het generiek kwaliteitskompas. Het centrale thema van de visitatie afgelopen jaar was: Leven in vrijheid – Vrijheid en Veiligheid. Hierbij staat de transitie van gesloten naar open PG-locaties centraal. Eerlijk worden de mooie uitkomsten gedeeld, maar ook de verbeterpunten komen aan het licht.
Wat is de vooruitblik richting 2026?
We willen de externe visitatie uitbreiden door nog een zorgorganisatie te betrekken. Door verschillende werkwijzen en inzichten bij elkaar te brengen, vergroten we ons lerend vermogen. Daarnaast beoordelen we of onze aanpak van visiteren en samenwerken nog goed aansluit en passen we deze indien nodig aan. Ons doel blijft hetzelfde: kennis delen, inspiratie opdoen, en samen werken aan verbeterpunten waar dat nuttig is.
Externe visitatie wijk- en woonzorg met Zorggroep Sint Maarten: ‘vrijheid en veiligheid’.
Kennisnetwerk palliatieve zorg
Binnen de woonzorg gaan we werken met aandachtsvelders palliatieve zorg. de aandachtvelders hebben een training gespecialiseerd palliatieve zorg (4 lesdagen) gevolgd en verbetervoorstellen gemaakt, zoals het hanteren van een pijnscorelijst, muziek in de palliatieve fase, inzet andere disciplines, herkennen van de terminale fase. We moeten de opgedane kennis in 2026 verder borgen, misschien in Pynter zetten. We hebben binnenkort een afspraak (kennisnetwerk en O&O) om te kijken hoe we de verbinding met de aandachtsvelders houden en hoe we de kennis delen. Het is ook de bedoeling dat de kennis vooral op de werkplek/locatie door de aandachtsvelders worden gedeeld en dat we leren vanuit de succesverhalen binnen de verschillende locaties.
Duurzaamheid
Op welke manier heeft dit bijgedragen aan de kwaliteit?
Duurzaamheid is een begrip wat met allerlei thema’s te maken heeft, zoals bijvoorbeeld; energiebesparing, verspilling tegengaan, duurzame inzetbaarheid van personeel, CO2-reductie, medicatiegebruik, vervoer, gebouwen en zo kunnen we nog even doorgaan.
Wat was de grootste uitdaging?
Afgelopen jaar was de werkgroep zoekende naar een goede werkstructuur na het weggaan van voorgaande regiebegeleider. De zoektocht hiernaar heeft geleid tot wat vertraging, maar mogelijk ook ruimte gegeven om meer aandacht te richten op de grootste uitdaging van 2026: certificering van een locatie op gebied van de milieuthermometer.
Wat is je het meest bijgebleven?
De presentatie van Aveleijn, hoe zij het in de organisatie hebben geregeld en hoe ze collega’s hebben meegenomen in duurzaamheid.
Wat is de vooruitblik richting 2026?
Aankomend jaar is het doel om bij de Hofkamp aan de slag te gaan met duurzaamheid om zo een bronzen certificaat te behalen op het gebied van de milieuthermometer. Dit vraagt op organisatiebreed niveau aandacht, maar ook bij de woonzorgteams op de Hofkamp.
Woon/wijk
Op welke manier heeft dit bijgedragen aan de kwaliteit?
De werkgroep heeft als doel om te bekijken/bedenken hoe zaken gemakkelijker en efficiënter kunnen in de samenwerking tussen Woon en Wijk van Zorgaccent in de plaats Wierden. Zo is er nu een stroomschema voor een warme overdracht die uiteindelijk de kwaliteit van zorg ten goede zal moeten komen (moet nog blijken vanuit de pilot die nu nog draait), gaan teams samen intervisie doen en scholingen, maken teams nu meer gebruik van de Raizer in de Woonzorg en is de samenwerking verbeterd tussen Woon en Wijk.
Wat was de grootste uitdaging?
Dat iedereen actief betrokken blijft en is van de werkgroep zelf + iedereen die niet in de werkgroep zit. Hoe krijg je hen mee?
Wat is je het meest bijgebleven?
De mooie, praktische en creatieve oplossingen die helpend zijn qua samenwerking in de woon en wijk. Uiteindelijk komt dit allemaal ten goede aan onze bewoners en de collega’s.
Wat is de vooruitblik richting 2026?
Verder gaan met de huidige subwerkgroepen en de pilot Warme overdracht evalueren net als de andere subwerkgroepen. Vorm geven aan intervisie en scholingen, meer naamsbekendheid van ZorgAccent in Wierden en mogelijk een hotelbed openen (of voorwerk hiervoor doen).
Vrijheid veiligheid
In 2025 heeft de eerste voorheen gesloten PG-locatie haar deuren geopend, namelijk: het Stadskwartier.
Op welke manier heeft dit bijgedragen aan de kwaliteit?
Voor bewoners met dementie streven we ernaar hen zoveel mogelijk vrijheid te bieden. Dus geen gesloten afdelingen of locaties meer, maar in plaats daarvan een omgeving waarin mensen met dementie zich vrij én veilig voelen. Een omgeving zonder onnodige beperkingen, waar we samen kijken naar wat bijdraagt aan welzijn, een zinvolle daginvulling en kwaliteit van leven.
Wat was de grootste uitdaging?
Dankzij de grote inzet en het enthousiasme van veel zorgprofessionals werden er binnen het project in korte tijd grote stappen gezet. Het bleek dat zorgprofessionals al ver waren in deze visie, echter bleek dat de verwachtingen niet duidelijk waren vastgelegd. Dit bracht een belangrijk leerdoel naar voren: het uitspreken van verwachtingen en het maken van duidelijke afspraken over wie wat doet en hoe informatie wordt doorgegeven.
Wat is je het meest bijgebleven?
Doordat de visie van vrijheid en veiligheid al aanwezig was, werd het project snel opgepakt.
Wat is de vooruitblik richting 2026?
Starten met nog 2 andere locaties! In Januari/februari bij de Heemsteresch. Later in het jaar bij een volgende locatie. Daarnaast zoeken we naar manieren om deze visie als basis neer te zetten op alle locaties. Vrijheid en veiligheid als nieuwe normaal.
Omgevingszorg
In 2025 is het project omgevingszorg opgestart. In alle PG-teams is een aandachtsvelder omgevingszorg geworven om de deskundigheid binnen teams te verhogen. Doel van het project is het verbeteren van de zorg voor bewoners met dementie door betere bejegening, prikkelregulatie, een passende omgeving en een betekenisvolle daginvulling.
Op welke manier heeft dit bijgedragen aan de kwaliteit?
Teams krijgen inzicht in hun kennisniveau en werken aan verbeterplannen. Scholing van aandachtsvelders versterkt deskundigheid en ondersteunt betere zorg, minder onbegrepen gedrag en meer werkplezier.
Wat was de grootste uitdaging?
De grootste uitdaging is en blijft om alles rondom de cliënt en zorgteam goed te organiseren. Hier zijn veel verschillende disciplines bij betrokken. Het zorgteam moet deze disciplines coördineren en samenbrengen. Met dit project hopen we zorgteams hierin te ondersteunen.
Wat is je het meest bijgebleven?
Het enthousiasme van de nieuwe aandachtsvelders en de motivatie om binnen hun teams met omgevingszorg aan de slag te gaan.
Wat is de vooruitblik richting 2026?
In 2026 starten de trainingen voor aandachtsvelders daadwerkelijk. Externe trainingen vinden plaats van januari t/m mei. Daarnaast worden scholingsvragen van teams opgehaald en gaat de ontwikkeling van het digitale leerconcept verder. Het jaar staat volledig in het teken van uitvoeren en toepassen van wat in 2025 is voorbereid.
Cura model
Cura is een e-learning, mede ontwikkeld door O&O en kennisdragers palliatieve zorg over de ondersteuning bij moreel lastige situaties. De kennisdragers palliatieve zorg zijn opgeleid tot CURA ambassadeurs.
Op welke manier heeft dit bijgedragen aan de kwaliteit?
We hebben scholingen gehouden in verschillende wijkteams. Er is vooral behoefte aan het bespreken van casuïstiek. Het afgelopen jaar zijn ook enkele kennisdragers geschoold als CURA ambassadeur. Cura is een model om kort een ethisch dilemma te houden; veelal speelt het dilemma bij een cliënt in de palliatieve fase. Opmeer op dat houden. Samenwerking intensiveren tussen de woonzorg en wijkzorg (deelname kennisquiz palliatieve zorg)
Wat was de grootste uitdaging?
Als kennisdrager palliatieve zorg is het de grootste uitdaging om het werk als kennsidrager palliatieve zorg te combineren met het werken in de wijk. Daarnaast merken we dat er minder vaak een beroep wordt gedaan op een kennisdrager dan wenselijk is. Uit enquêtes/ reacties blijkt dat er een tekort aan kennis aan palliatieve zorg in sommige wijkteams (onbewust onbekwaam). Het grootste nadeel is dat de vraag vanuit de wijkteams zelf moet komen (zelfsturende organisatie). Medewerkers hebben de organisatie verlaten; bijvoorbeeld Els Groenveld als kartrekkers van Cura en Margaret Makaske.
Wat is je het meest bijgebleven?
Cura was zeker succesvol.
Wat is de vooruitblik richting 2026?
Meer bekendheid binnen de organisatie. We hopen dat er meer aandacht is voor palliatieve zorg en vaker een verrot wordt gedaan op de specialistische kennis van de kennisdragers palliatieve zorg. Organiseren van een mini symposium voor aandachtsvelders palliatieve zorg en het actualiseren van Pynter (palliatieve zorg).
Versneld verbinden
Op welke manier heeft dit bijgedragen aan de kwaliteit?
De doelstelling van dit project om zorgprofessionals beter te voorzien in de informatie en wensen rondom zorgverlening van de cliënt. Het zijn 5 usecases (ook wel projecten) die samen deze doelstelling bepalen: • Het 360 graden beeld is een zorgviewer waarin te zien zal zijn hoe de patiëntreis verlopen is bij iedere disciplines die de cliënt tegenkomt. • PZP; Proactieve zorgplanning; de behandelwensen en behandelgrenzen beter in beeld. • RCI: regionaal capaciteitsinzicht; beter beeld van de bedden in de regio. De juiste patiënt op het juiste bed. • Thuismonitoring: zorg transmuraal organiseren met behulp van monitoring. • Diagnostisch portaal: alle (lab)onderzoeken op één plek.
Wat was de grootste uitdaging?
Er werden per usecase droomscanario's geschreven en er is een eerste technische livegang gemaakt voor het 360 graden beeld. Dit houdt in dat er op technisch vlak mogelijkheden zijn/worden gecreëerd om data over de cliënt op een veilige manier te laten stromen. Deze droomscenario's worden nu samen met de huidige situatie vergeleken en aan de hand van de fit gap analyse wordt er een plan gemaakt om van een droom realiteit te maken. Met alle uitdagingen die daarbij komen.
Wat is je het meest bijgebleven?
Moeizaam. Het is veel om zo'n beweging in te zetten maar we zijn gestart en gestaag komen we kleine stukjes verder. Landelijke ontwikkelingen laten op zich wachten wat maakt dat je als regio ook aan zet bent om misschien al eerder stappen te zetten.
Wat is de vooruitblik richting 2026?
Het project zal nog langere tijd doorlopen in 2026 en 2027 en misschien nog wel tot daarna.
Positionering Parkinsonverpleegkundigen
Op welke manier heeft dit bijgedragen aan de kwaliteit?
Dit project gaat over het duidelijk vastleggen van de taken, rol en inzet van Parkinsonverpleegkundigen, zowel binnen als buiten de organisatie. Het gaat om intra en extramuraal en natuurlijk ook met externe samenwerkingspartners, maar daar ligt nu niet de focus op. Door te kijken naar goede voorbeelden, mee te lopen met verschillende teams en te onderzoeken wat cliënten en zorgprofessionals nodig hebben, is een stevige basis gelegd voor de verdere ontwikkeling van Parkinsonzorg binnen ZorgAccent. Het project werkt toe naar een duidelijk functieprofiel, afspraken over scholing, betere samenwerking met andere zorgverleners en een praktisch samenwerkingsmodel. Dit helpt om kennis en expertise beter te borgen en de kwaliteit, samenwerking en continuïteit van de zorg rondom Parkinson verder te verbeteren.
Wat was de grootste uitdaging?
De belangrijkste uitdaging lag in het creëren van een gezamenlijk startpunt met daarbij het creëren van een doelstelling met draagvlak binnen de projectgroep en in afstemming met de visie van ZorgAccent. Het werken vanuit een projectcanvas (overzichtelijke projectplanning) is hierbij helpend geweest.
Wat is je het meest bijgebleven?
Wat opvalt, is de toewijding van de zorgprofessionals in de projectgroep. Zij zetten zich actief in om deze functie binnen ZorgAccent goed te positioneren, zodat de kwaliteit van zorg aan cliënten en bewoners wordt verbeterd. Hiervoor moeten zij verder kijken dan hun eigen belangen en wensen.
Wat is de vooruitblik richting 2026?
De belangrijkste stappen voor 2026 zijn: • afronding oriëntatiefase (t/m april) met best practices, knelpuntenanalyse en behoefteonderzoek, • ontwikkelen van een heldere rol- en taakomschrijving (september), • opleveren van een advies voor formatie, opleidingsplaatsen en positie in de keten. • uitwerken van een samenwerkingsmodel gebaseerd op o.a. CMD-principes, • ontwikkeling van een communicatieplan en interne verankering,
Buurt als ecosysteem
In 2025 heeft het initiatief De buurt als ecosysteem vooral in het teken gestaan van verkenning en afstemming. Hoewel er nog geen formele projectgroep van de grond is gekomen, hebben er meerdere overleggen plaatsgevonden tussen ZorgAccent, Carintreggeland, welzijnsorganisaties en de gemeente. Deze gesprekken waren voornamelijk gericht op het creëren van onderling commitment en het verkennen van de basis voor samenwerking.
Wat is de vooruitblik richting 2026?
In januari 2026 starten we vanuit het project met verkennen samenwerking huisartsen Wierden en het opzetten van een enquête om de behoeften te verkennen van de inwoners om zo te werken naar een buurt als ecosysteem.
Logeerzorg (Twentse Koers)
Op welke manier heeft dit bijgedragen aan de kwaliteit?
Het doel van logeerzorg is om mantelzorgers tijdelijk te ontlasten door de zorg voor hun naaste even over te nemen. Hierdoor krijgen mantelzorgers de ruimte om op adem te komen, terwijl de cliënt in een veilige en professionele omgeving wordt opgevangen. Logeerzorg draagt zo bij aan het vergroten van de kwaliteit van leven voor zowel de cliënt als de mantelzorger. De werkgroep draagt bij aan de professionalisering van logeerzorg als respijtzorg. Door het maken van afspraken over het proces en het versterken van de samenwerking met gemeenten ontstaat er een toegankelijker en eenduidiger aanbod. Ook wordt er een MIA, maatschappelijke impact analyse, uitgevoerd. De MIA onderzoekt wat de werkwijze van logeerzorg oplevert voor inwoners, mantelzorgers, zorgprofessionals, gemeenten en zorgorganisaties.
Wat was de grootste uitdaging?
De grootste uitdaging was de diversiteit tussen gemeenten, met uiteenlopende definities, werkwijzen en financieringsprocessen binnen de Wmo. Dit vroeg om afstemming en harmonisatie.
Wat is je het meest bijgebleven?
De gezamenlijke energie om logeerzorg sterker neer te zetten. Duidelijk is dat logeerzorg een cruciale pijler is voor duurzame mantelzorgondersteuning, waardoor gedrevenheid zichtbaar is bij alle betrokkenen om logeerzorg laagdrempelig mogelijk te maken.
Wat is de vooruitblik richting 2026?
De focus ligt op verdere monitoring via Twentse Koers, verbetering van verwijzing en registratieprocessen en het structureel borgen van een regionale verbetercyclus. Daarnaast zullen in 2026 de uitkomsten van de MIA bekend worden, die een goede onderbouwing kunnen geven voor het organiseren van logeerzorg in Twente.
Zelf zorgen, samen doen
Op welke manier heeft dit bijgedragen aan de kwaliteit?
Al een langere tijd zijn er ontwikkelingen gaande. De zorg die eerder in een verzorgings- of verpleeghuis werd geleverd, gebeurt nu thuis. Een vorm van deze zorg noemen we Samenzorg (eerder bekend als Volledig Pakket Thuis). We zitten dus al middenin de verandering. Toch is nog lang niet iedereen zich ervan bewust. Met de beweging ‘Zelf zorgen, samen doen’ slaan we als Twentse ouderenzorg-organisaties en Zorgkantoor Menzis de handen ineen. We hebben hetzelfde doel: ouderen de zorg en ondersteuning blijven geven die ze nodig hebben. Door zelfstandigheid te stimuleren, maar vooral door het samen te doen. Als hele maatschappij.
Wat was de grootste uitdaging?
De afstemming samen met 10 andere VVT organisaties. Hoe lanceer je een campagne die in belang is van iedere organisatie en waar iedereen achter staat.
Wat is je het meest bijgebleven?
Dat we heel goed in staat zijn om samen te werken binnen de VVT organisaties in Twente.
Wat is de vooruitblik richting 2026?
De campagne loopt nog tot maart 2026 en wordt waarschijnlijk verlengd. Dat kunnen we nog meer burgers/inwoners bereiken. Wellicht kunnen we dan ook 1e lijn- en gemeentes meenemen in de campagne.
Versterking Eerstelijnszorg
Op welke manier heeft dit bijgedragen aan de kwaliteit?
Versterking van de eerstelijnszorg betekent dat de basiszorg, geleverd door huisartsen, wijkverpleging en paramedici samenhangender wordt en toekomstbestendiger wordt ingericht. Door gezamenlijke afspraken over triage, betere samenwerking tussen huisarts, specialist ouderengeneeskunde en paramedici, en door te bouwen aan hechte wijkverbanden ontstaat een robuuste structuur die beter aansluit op de zorgbehoeften van inwoners in Twente. De werkgroep levert hieraan een concrete bijdrage door deze samenwerking te organiseren en te versterken.
Wat was de grootste uitdaging?
De diversiteit aan praktijkvoering en verschillen in verandercapaciteit vormden een uitdaging. Het bereiken van regionale consensus tussen vele betrokken partijen vraagt tijd en zorgvuldig procesmanagement, maar ook lef om klein te starten op plekken waar energie om te pionieren aanwezig is.
Wat is je het meest bijgebleven?
De beweging naar ‘samen doen’ lukt als we aansluiten bij plekken waar energie zit. Als we dat goed benutten kan vlot gestart worden met de eerste experimenten rondom hechte wijkverbanden. Er is bereidheid om domeingrenzen los te laten en samen te werken aan brede eerstelijnsoplossingen.
Vooruitblik 2026:
Belangrijke aandachtspunten zijn leren van experimenten gericht op het door ontwikkelen van hechte wijkverbanden.
Gemeentekringen WMO
Gemeentekring = samenwerkingsverband tussen Dagbesteding, thuisbegeleiding en casemanagers dementie binnen een gemeente.
Op welke manier heeft dit bijgedragen aan de kwaliteit?
Meer intern verbinden, zaken zorgvuldig afstemmen, samen werken beïnvloed op positieve manier de zorg en ondersteuning bij de client. Kortere lijnen.
Wat was de grootste uitdaging?
Om met de verschillende professionals het gezamenlijk doel duidelijk in beeld te krijgen en te houden.
Wat is je het meest bijgebleven?
Het enthousiasme, de samenwerking. Door elkaar beter te leren kennen, te bespreken wat je bezighoudt, zoek je elkaar ook op. Het maakt de samenwerking een stuk eenvoudiger. Hierdoor werden er (andere) afspraken gemaakt mbt de samenwerking tbv de zorgverlening.
Vooruitblik 2026:
Doorgaan en verfijnen. Om vervolgens ook de samenwerking met voorliggende voorzieningen, gemeenten en allerlei andere partijen verder op te pakken. Elkaar weten te vinden e samen op te kunnen werken.
VPT (Volledig Pakket Thuis)
Op welke manier heeft dit bijgedragen aan de kwaliteit?
Meer intern verbinden, zaken zorgvuldig afstemmen, samen werken beïnvloed op positieve manier de zorg en ondersteuning bij de client. Kortere lijnen. Ook werd door de teams ervaren dat door goed aan te sluiten en aandacht te hebben voor welzijn er meer rust ontstaat in soms heel complexe cliëntsituaties. Cliënten voelen zich echt geholpen door een stukje welzijn toe te voegen in de ondersteuningsvraag.
Wat was de grootste uitdaging?
Om met de verschillende professionals het gezamenlijk doel duidelijk in beeld te krijgen en te houden. Elke discipline kijkt vanuit eigen discipline naar het vraagstuk van de cliënt. Het is een uitdaging om van strak taakgericht naar meer en breed ondersteuningsgericht te werken. Het blijkt ook lastig om van praktische aanpak (huishouding, boodschap etc) naar een breder geheel te kijken. Denk aan financiële kaders, overnemen van taken omdat je het ook wel lastig vindt om nee te zeggen.
Wat is je het meest bijgebleven?
Het enthousiasme, de samenwerking. Door elkaar beter te leren kennen, te bespreken wat je bezighoudt, zoek je elkaar ook op. Het maakt de samenwerking een stuk eenvoudiger. Hierdoor werden er (andere) afspraken gemaakt mbt de samenwerking tbv de zorgverlening. Ook werd door de teams ervaren dat door goed aan te sluiten en aandacht te hebben voor welzijn er meer rust ontstaat in soms heel complexe clientsituaties. Cliënten voelen zich echt geholpen door een stukje welzijn toe te voegen in de ondersteuningsvraag.
Vooruitblik 2026:
Doorgaan en verfijnen. Om vervolgens nog meer de samenwerking met voorliggende voorzieningen, gemeenten en allerlei andere partijen verder op te pakken. Elkaar weten te vinden en samen op te kunnen werken. Dit initiatief zou de norm kunnen zijn voor veel ouderen / kwetsbare burgers om langer thuis te kunnen blijven wonen. Of dit financieel en met minder personeel in de toekomst haalbaar is moet blijken. We zien natuurlijk wel de bezuinigingen en personele vergrijzing toenemen.
Feiten & cijfers
ZorgAccent in cijfers
NPS-score (Net Promotor Score)
Wij leveren:
Werkgebied
Huishoudelijke ondersteuning, dagbesteding, thuisbegeleiding, wijkverpleging, casemanagement dementie, woonzorg, specialistisch op gebied van dementie, Korsakov, gerontopsychiatrisch, somatiek, Geriatrische revalidatie en palliatieve en terminale zorg.
Vooruitblik
Waar focussen wij ons op in 2026? Onze collega's blikken vooruit.
"Bovenal zijn we trots op al onze collega’s en vrijwilligers die iedere dag weer klaar staan, 7 x 24 uur, voor alle kwetsbare inwoners van Twente die zorg en/of ondersteuning van ons ontvangen. Jullie verdienen alle lof!"
Interview directeur woonzorg
Interview directeur wijkzorg
Interview met Sander Meijer
Afgelopen jaar zijn er pijlers opgesteld binnen de organisatie. Hoe heb jij hier vanuit jouw positie aan gewerkt? Kun je een concreet voorbeeld geven? Technologie en vernieuwing: Vanuit technologie hebben we het team Beeldzorg verder ontwikkeld. We zijn niet alleen gefocust op subsidie, maar hebben nu ook structureel voor de lange termijn zaken ingeregeld. Maandelijks bedienen we meer dan honderd cliënten en het team is bovendien niet alleen meer actief voor re-integratie, maar bestaat nu ook uit vaste medewerkers. Zo bouwen we echt aan een stabiel team. Daarnaast heeft de zorgtechnologie een nadrukkelijke plek gekregen binnen het assessment, eerst kijken wij of we de zorgvraag kunnen ondersteunen met een hulpmiddel, zorgtechnologie of vanuit het netwerk. Dat maakt dat er een aanzienlijke toename is van de Medido binnen de wijkzorg.
Gezonde organisatie: We hebben ons afgelopen jaar ingezet om de organisatie financieel sterker te maken. Het is gelukt om binnen de verschillende onderdelen van de Wijkzorg een positief resultaat te realiseren.
De basis op orde: afgelopen jaar zijn we gestart met het inrichten van verplichte trainingen voor zelfsturing, die minimaal één keer in de drie gevolgd moeten worden. Dit is ook een belangrijke pijler voor het komende jaar. Daarnaast hebben we de kennisdragers binnen de Wijkzorg ook een steviger basis gegeven door de kaders van de Kennisdragers aan te scherpen.
Samenwerken: We hebben gewerkt aan het versterken van de samenwerking, onder andere binnen WMO-kringen. Verschillende teams, zoals Dagbesteding, Thuisbegeleiding en Casemanagement dementie, zijn met elkaar in gesprek gegaan om te kijken hoe ze de verbinding kunnen vinden om elkaar te kunnen versterken.
De kwaliteit op orde: De kwaliteit van de Wijkzorg is op orde, vanuit het project Anders Werken Anders Doen hebben we thema’s opgehaald bij de verschillende teams en de opleidingsadviseurs hebben gericht een aantal trainingen aangeboden. Daarnaast is het RVH beleid doorontwikkeld en verder aangescherpt, waarbij de verantwoordelijk nog dichter bij de medewerker is komen te liggen.
Goed werkgeverschap: Er is een project opgestart voor Goed werkgeverschap waarbij verschillende initiatieven hebben verzameld en hebben opgehaald binnen de organisatie. Daarnaast hebben wij een actief beleid waardoor medewerker ze constant kunnen ontwikkelen binnen de organisatie, medewerkers kunnen kennisdrager of aandachtsvelder worden, daarnaast stimuleren wij verschillende niveau verhogende opleidingsvragen, van Verzorgende IG tot wijkverpleegkundigen en van verpleegkundige in de wijk tot casemanager dementie.
De proeftuin in Wierden heeft in 2025 diverse initiatieven opgeleverd. Wat heeft dit betekend voor cliënten, medewerkers en samenwerking met partners? En waren er ook teleurstellingen? De proeftuin in Wierden en het bijbehorende ecosysteem zijn verdeeld tussen Ina en mij. Ik hou mij meer bezig met het project ‘de buurt als ecosysteem’. Dit verliep afgelopen jaar soms wat stroperig. Wel zijn er mooie acties uitgezet en gesprekken gevoerd met de buurt en naasten. Dit jaar gaan we hopelijk de vruchten plukken van alle voorbereidingen en inzet wat wij tot nu toe hebben gedaan.
Jaarlijks heb jij een jaargesprek met de teams wijkzorg en woonzorg. Waar ben je trots op en waar worstelen de teams mee als het gaat om kwaliteit van zorg?
Ik ben vooral trots op de samenwerking. Teams zetten samen de schouders eronder, ook als het moeilijk is en vinden in moeilijke omstandigheden creatieve en praktische oplossingen. De kwaliteit van zorg en is hoog; teams bewaken dat met elkaar.
Wat beter kan, is het tijdig aangaan van gesprekken over of de zorg nog passend is. Daarnaast zou de inleveringsbereidheid iets sterker kunnen, een belangrijke bouwsteen van een zelfsturend team: over de eigen werkzaamheden heen kijken en nadenken over wat écht helpend is.
De verbinding tussen wijk- en woonzorg is een terugkerend thema. Is het gelukt om deze verbinding te versterken?
We werken op veel gebieden samen en steeds intensiever, vooral als er wisselingen zijn in diensten tussen woon- en wijkzorg. Er is ook steeds meer onderlinge samenwerking mogelijk. Zo zijn er 10 aanvragen geweest vanuit de Thuisbegeleiding en de casemanagers Dementie om na inhuizen toch nog korte tijd betrokken te blijven bij de client zodat de er een zachte landing en of warme overdracht ontstaat. Toch blijven er verschillen bestaan tussen de Wijkzorg en Woonzorg en dat is prima, omdat ze op een aantal aspecten fundamenteel anders georganiseerd zijn.
In 2024 werd door Turner een scan uitgevoerd binnen ZorgAccent. Hieruit kwamen positieve indrukken, maar ook een aantal suggesties om de slagkracht te versterken. Onder andere in het aanbrengen van focus van werkgroepen. Hoe heb je hier afgelopen jaar aan gewerkt?
Nu Aline weg is, kijken we kritischer naar externe werkzaamheden en werkgroepen. We maken bewust keuzes: is het nodig om altijd vooraan te staan, of is het soms beter om wat meer op de achtergrond te blijven? Er komt meer structuur in de werkgroepen, mede door de inzet van Kristel en de adviseurs bedrijfsprocessen. Ook de afdeling opleiding speelt hierin een rol. We doen niet aan alles mee, maar kijken wel naar relevante subsidies.
Waar ben je trots op als je terugkijkt op 2025?
Ik ben trots op het vertrouwen in de organisatie en de medewerkers. Dat is niet alleen de visie van de organisatie, maar ik heb dat afgelopen jaar ook echt ervaren. Ik heb gezien in teams dat zij heel hard werken om de kwaliteit van zorg- en dienstverlening hoog te houden. Vooral de creativiteit om tot passende oplossingen te komen en het doorzettingsvermogen van de teams is echt bewonderingswaardig en dat alles in het belang van de cliënten en haar of zijn netwerk.
Wat heb je persoonlijk geleerd als bestuurder afgelopen jaar?
Vertrouwen in de organisatie en de medewerkers is iets wat ik nog sterker heb ontwikkeld. Het is een groei die aansluit bij onze visie en bij mij als persoon. Zelfsturing werkt op basis van vertrouwen, het nemen van gezamenlijke verantwoordelijk en gaat uit van het vakmanschap van iedere individuele medewerker. Wij doen het gewoon echt goed met elkaar!
Welke signalen en ontwikkelingen uit het afgelopen jaar worden meegenomen naar 2026?
Dit jaar worden alle wijkverpleging teams getraind in het zorgproces: evalueren en bepalen hoe en wanneer we het gesprek aangaan over of de zorg nog passend is. Ook de training voor zelfsturing blijft een belangrijk aandachtspunt.
interview afdeling opleiding woonzorg
Wat houden jullie werkzaamheden in en hoe ondersteunen jullie teams?
Onze werkzaamheden zijn voornamelijk vraaggericht; teams komen met specifieke vragen en wij beoordelen of opleiding een passende oplossing is. Wij ondersteunen door samen te kijken wat nodig is, individueel of als team. We zijn druk geweest met de verplichte onderdelen zoals BHV, RVH, doelgroepen training en fysieke belasting en daarnaast de overige scholing op basis van behoefte. We bieden advies, begeleiden trajecten en faciliteren trainingen.
Hoe ontvangen jullie signalen over leervragen vanuit woonzorgteams?
Signalen komen meestal direct vanuit de teams, soms via coaches of andere disciplines zoals ergotherapie. Teams nemen zelf contact op of worden door coaches doorverwezen. Ook ondersteunende diensten kunnen initiatieven aandragen wanneer zij knelpunten signaleren.
Hoe hebben jullie het afgelopen jaar ervaren?
Het afgelopen jaar was druk en chaotisch, mede door personele wisselingen, ziekte en verlof. We hebben vooral ad hoc en aansluitend op actuele vragen gewerkt.
Wat waren de belangrijkste leervragen van teams afgelopen jaar?
De belangrijkste thema’s waren onbegrepen gedrag, agressie, teamontwikkeling, gespreksvoering en vakinhoudelijke handelingen. Daarnaast waren er individuele scholingsvragen, zoals voor Parkinsonverpleegkundigen en palliatieve zorg.
Wat waren de belangrijkste ontwikkelingen?
De training voor RVH-coach is vernieuwd, met meer samenwerking tussen wijk en woonzorg. BHV-trainingen zijn efficiënter ingericht. Er is een nieuwe in company-opleiding palliatieve zorg gestart die erg goed loopt. Storytelling wordt ingezet voor de training rondom omgevingszorg om zo leren aantrekkelijker te maken.
In hoeverre is het gelukt om wijkzorg en woonzorg beter te verbinden afgelopen jaar?
Er zijn stappen gezet, bijvoorbeeld door gezamenlijke trainingen voor RVH-coaches, waarbij kennis en ervaringen uit zowel wijk- als woonzorg worden gedeeld. We merken dat omstandigheden en materialen soms verschillen, wat maakt dat je verder kijkt en je bewuster bent van andere omstandigheden. Dat is heel waardevol.
Wat maakt jullie trots als jullie terugkijken op 2025?
Trots zijn we op de opzet en groei van de opleiding palliatieve zorg, de teamontwikkelingen die zijn gerealiseerd, de individuele scholingsvragen die we hebben kunnen ondersteunen en de voortgang bij omgevingszorg. Medewerkers zijn tevreden met onze ondersteuning.
Wat zijn de prioriteiten voor het komende tijd binnen woonzorg?
We zien dat de samenwerking tussen disciplines en temas beter kan. De vraag is hoe ze elkaar kunnen ondersteunen. Wat we graag mee willen geven: Kijk en luisteren heel veel kijken en luisteren naar elkaar!
Daarnaast wordt het de komende jaren steeds belangrijker om oplossingen te vinden voor personeelstekorten. Er zullen beslissingen moeten worden genomen over waar bepaalde functies het beste kunnen worden ingezet en hoe we daarmee omgaan. Daarnaast denken we ook dat het belangrijk is dat er meer wordt geborgd binnen de organisatie. We doen spontaan hel veel en heel snel, maar evalueren en checken kan beter.
Interview – Angeliek Pijffers - Ondernemingsraad (OR)
Hoe lang maak je al deel uit van de ondernemingsraad, en waarom heb je hiervoor gekozen?
Ik zit nu ongeveer drie tot drieënhalf jaar in de ondernemingsraad. De reden dat ik hiervoor gekozen heb, is dat ik het belangrijk vind dat signalen vanaf de werkvloer goed worden opgehaald. Ik wil bijdragen aan een sterke vertegenwoordiging van medewerkers richting het panoramateam en bestuurders. Het voelt voor mij echt als een rol waarbij je de brug vormt tussen medewerkers en beleid.
Kun je ons meenemen in de rol van de ondernemingsraad? En hoe horen jullie de geluiden van jullie achterban?
De OR staat in de kern voor de belangen van medewerkers. Natuurlijk raakt dat ook aan kwaliteit van zorg, want goede zorg begint bij medewerkers die zich gehoord en gesteund voelen. Wij proberen een zo breed mogelijke vertegenwoordiging te hebben vanuit verschillende doelgroepen.
We horen onze achterban op verschillende manieren:
• Door dagelijks onze “voelsprieten” op de werkvloer open te houden.
• Via signalen die we opvangen uit teams, vakgroepen en doelgroepen.
• Medewerkers benaderen ons zelf regelmatig met vragen of knelpunten vanuit een team of afdeling.
• Door zichtbaarheid op bijeenkomsten, zoals het Congestival en zeepkistbijeenkomsten.
• Daarnaast communiceren we via het intranet en nieuwsflitsen, zodat medewerkers weten dat ze ons kunnen bereiken.
• We nemen deel aan diverse werkgroepen, wat ook een belangrijke plek is om input op te halen.
Voelen jullie voldoende ruimte om deze stem te laten horen binnen de organisatie?
Ja, absoluut. We voelen ons echt gehoord en serieus genomen. Bestuurders betrekken ons laagdrempelig bij nieuwe ontwikkelingen en nodigen ons uit om mee te denken. We krijgen terugkoppeling op onze adviezen en zien dat onze signalen worden meegenomen in besluitvorming.
Kun je een moment noemen waarop jullie je écht gehoord voelden?
Een mooi voorbeeld is de gezamenlijke bijeenkomst met de cliëntenraad en de Raad van Toezicht over palliatieve zorg. Daar hadden we waardevolle uitwisseling en ontstonden spontaan nieuwe initiatieven doordat meer medewerkers en betrokkenen hun interesse uitspraken. Ook onze deelname aan werkgroepen, zoals rond duurzaamheid of verzuim, laat zien dat onze stem daadwerkelijk invloed heeft. Daarnaast waarderen we de open houding van bestuurders: ze praten ons tijdig bij en nemen onze input serieus.
Wat maakt jullie trots als jullie terugkijken op 2025?
We hebben een mooie vernieuwing in de OR doorgemaakt. Er gingen enkele leden weg omdat hun termijn afliep, maar er kwam ook nieuwe aanwas bij. Daarnaast kijken we met trots terug op de gezamenlijke bijeenkomst over palliatieve zorg, waar veel betrokkenheid ontstond en mooie vervolgstappen uit voortkwamen.
Waar liepen jullie afgelopen jaar tegenaan? Of wat liep minder goed dan gewenst?
Wat we lastig vinden, is dat evaluatiemomenten niet altijd geborgd zijn in de organisatie. Als er nieuwe initiatieven worden ingezet, wordt er niet altijd systematisch geëvalueerd of het werkt of moet worden bijgestuurd. Daarnaast was communicatie richting medewerkers eerdere jaren een aandachtspunt. Gelukkig zien we dat dit het afgelopen jaar flink is verbeterd. Medewerkers worden vaker tijdig meegenomen in ontwikkelingen, bijvoorbeeld bij incidenten of verbouwingen.
Welke ontwikkelingen, veranderingen of onderwerpen vindt de OR belangrijk voor de komende periode?
We willen vooral inzetten op het welzijn en de veiligheid van medewerkers. Het arbo-thema wordt een belangrijk speerpunt: hoe zorgen we voor veilige omstandigheden, bijvoorbeeld bij agressie, dieren in de thuissituatie, of extreme weersomstandigheden? Ook willen we blijven kijken naar verzuim en hoe we medewerkers duurzaam inzetbaar houden, zeker met de stijgende zorgvraag. Daarnaast blijven we actief betrokken bij werkgroepen en blijven we zowel gevraagd als ongevraagd advies geven.
Interview - Diane Hofman (Cliëntenraad)
Hoe lang maak je al deel uit van de cliëntenraad?
“Ongeveer een jaar. Ik ben erin gekomen toen mijn moeder werd opgenomen en ik graag iets wilde betekenen.”
Wat is de rol van de cliëntenraad en van vertegenwoordigers? Hoe horen jullie de achterban?
“De cliëntenraad behartigt de algemene belangen van cliënten. Ik ben als cliëntenraadslid de vertegenwoordiger van locatie het Stadskwartier. Op elke afdeling binnen het Stadskwartier (en andere zorglocaties) zit een vertegenwoordiger van de afdeling. Deze leggen hun signalen en vragen bij de locatievertegenwoordiger. We horen veel signalen via zeepkistenbijeenkomsten. Dat zijn laagdrempelige momenten waarop bewoners en naasten veel delen. Daarnaast krijgen we signalen via medewerkers en familie.” Hoe hebben jullie afgelopen jaar meegedacht over kwaliteit van zorg?
“We doen mee in werkgroepen zoals technologie, palliatieve zorg en Samen Doen. Soms worden we uitgenodigd, soms sluiten we zelf aan. “Een voorbeeld: we kregen veel vragen over een bepaald onderwerp vanuit medewerkers. Samen met verpleegkundig specialisten hebben we dat opgepakt. Uiteindelijk is er actie ondernomen en dat voelde voor ons echt als samenwerken aan kwaliteit.”
Voelen jullie voldoende ruimte om de stem van de cliënt te laten horen?
“Ja. Er wordt naar ons geluisterd. Ina en Sander nemen de tijd en we krijgen altijd terugkoppeling.”
Wanneer voelde jij je écht gehoord als cliëntenraadslid?
“Toen er vragen leefden op een afdeling en de organisatie direct met ons en specialisten aanschoof. Er werd actie ondernomen; dat voelde heel serieus.”
Hoe ervaren cliënten en naasten het ‘Samen Doen’?
“Het is nog nieuw, voor iedereen. Sommige naasten willen best helpen, maar voelen onzekerheid. Andere naasten weten niet wat er van hen verwacht wordt. Wat heel belangrijk is: begin er al bij de intake over. Dan weten families vanaf het begin dat ze onderdeel zijn van het geheel.” Waar zijn jullie trots op als jullie terugkijken op 2025?
“Dat we aan tafel zitten, meepraten en dat onze inbreng serieus wordt genomen.”
Waar liepen jullie tegenaan?
“Ik was in het begin nog zoekende. Ook is het lastig om genoeg vertegenwoordigers te vinden van de afdelingen op locaties.”
Wat is belangrijk voor de komende periode?
“Samen Doen moet echt verder groeien. Dat is de toekomst. Daarnaast blijven thema’s zoals medicatie, personele problemen en ondersteuning van medewerkers belangrijk. En vooral: duidelijk vanaf het begin uitleggen wat familieparticipatie inhoudt, zodat naasten weten wat er wordt verwacht."
Interview met Ina Kerkdijk
Hoe heb je afgelopen jaar vanuit jouw positie gewerkt aan de pijlers, en kun je een voorbeeld geven? Binnen de woonzorg krijgt de samenwerking ‘het samen doen’, steeds meer vorm. De samenwerking tussen locaties is verbeterd. Teams zochten elkaar onderling vaker. Ze gingen samen puzzelen, diensten afstemmen en elkaar ontlasten waar nodig: Hoe kunnen we er nou voor zorgen dat we de kwaliteit van zorg zo goed mogelijk leveren met de beschikbare middelen die we hebben?
Ook op goed werkgeverschap is ingezet: de vernieuwde ‘werken-bij’ pagina sluit aan bij jongeren, het AFAS-project optimaliseerde het sollicitatieproces, en introductiebijeenkomsten plus actieve communicatie zorgen dat nieuwe medewerkers zich welkom voelen en snel kennis maken met onze visie op zelfsturing en vertrouwen. Wat leverde de proeftuin Wierden op voor cliënten, medewerkers en partners, en wat viel tegen? Wat tegenviel, was vooral het landelijke proces. Discussies over doelstellingen, financiering en landelijke samenwerking liepen stroperig. Daardoor stokte de energie en bleef de impact beperkter dan we hadden gehoopt.
De werkgroep rondom samenwerking tussen woon- en wijkzorg bleef wel doorwerken. Een concreet voorbeeld is dat casemanagers dementie vaker betrokken blijven tijdens de overgang van thuis naar een woonzorglocatie, ondanks de dubbele financiering. Voor cliënten is dat een enorme steun: er blijft even iemand naast hen staan in een kwetsbare periode. Als verbeterslag, zou het waardevol zijn als de initiatieven uit deze werkgroep ook in andere delen van de organisatie opgepakt worden. Wat gaat goed in de teams en waar worstelen zij mee op het gebied van kwaliteit? Wat ik overal terugzag, was inzet. Ongelooflijk veel inzet. Medewerkers zetten zich met hart en ziel in, zelfs wanneer roosters onder druk staan of collega’s uitvallen. Ze denken creatief mee, zoeken samenwerking met familie en maken eigen jaarplannen. Dat maakt me echt trots. Maar er zijn ook worstelingen rondom zorgzwaarte onbegrepen gedrag of agressie van cliënten. Dat vraagt veel van medewerkers. Dit jaar zal daarom de belevingsgerichte trainingen worden opgezet, zodat medewerkers meer handvatten krijgen. Dat is geen luxe maar noodzaak geworden. Daarbij zie ik ook dat medewerkers echt wel mee bewegen in situaties, zoals bij het project Vrijheid en Veiligheid. Door met elkaar af te stemmen rond cliënten en afdelingen, lukt het om samen sterker te staan – goede zorg doe je echt niet alleen. Samenwerken met andere teams en behandelaars is steeds belangrijker. Daar blijft veel aandacht voor nodig. Afgelopen kwaliteitsbeeld werd het verbeterpunt genoemd: de overdaad aan werkgroepen. Hoe ben je hier afgelopen jaar mee omgegaan? Dat hebben we nog steeds. We hebben kritisch gekeken naar lopende initiatieven en sommige projectgroepen ook echt afgesloten. Tegelijk komen er, mede door regionale samenwerking, steeds weer nieuwe groepen bij. Intern kunnen we nog scherper zijn: wat levert een werkgroep op, voor wie doen we het en kan het kleiner of korter? In de regio zie ik nog veel overlap, wat we op Twents niveau moeten bespreken. Binnenkort, tijdens de Panoramadag, formuleren we ook onze speerpunten en hoort dit thema daar zeker bij.
Waar ben je trots op als je terugkijkt naar 2025?
Ik ben ontzettend trots op onze medewerkers die zich dag in, dag uit met volle toewijding inzetten voor onze bewoners. Dat mag eigenlijk nooit genoeg benadrukt worden. Iedereen probeert er elke dag opnieuw een feestje van te maken, en juist dat vind ik het meest waardevol. Tevreden medewerkers stralen dat ook uit naar de bewoners; hun betrokkenheid en werkplezier weerspiegelen zich direct in het welzijn van onze bewoners.
Wat heb je persoonlijk geleerd in 2025? 2025 kende moeilijke en gevoelige situaties. Dat vroeg om zorgvuldig handelen, ethische keuzes maken en het goed meenemen van medewerkers. Ik heb geleerd dat vertrouwen geven, goed uitleggen en transparant communiceren essentieel zijn. Wat me raakte: medewerkers gingen heel zorgvuldig om met informatie, zonder dat ik ooit iets heb hoeven verbieden. Dat zegt iets over wie we zijn als organisatie en over onze besturingsfilosofie: werken op basis van wederzijds vertrouwen. Waar wil je je in 2026 op richten en hoe neem je medewerkers mee?
Ik zie dat de basis van onze ondersteunende afdelingen nog niet overal op orde is. Denk aan ICT, het AFAS-project, de nieuwe werkplekken, de website en het Accentplein. Er zijn veel losse eindjes die medewerkers hinderen in hun dagelijkse werk. Dat moet echt opgelost worden in 2026.
De stem van de cliënt
Op verschillende woonzorglocaties zijn er in het voorjaar en najaar van 2025 bijeenkomsten georganiseerd waar cliëntenvertegenwoordigers, zorgprofessionals, coaches en leden van de cliëntenraad met elkaar in gesprek gingen. Deze bijeenkomsten hebben onder andere gezorgd voor nieuwe cliëntenvertegenwoordigers én voor meer duidelijkheid over hun rol binnen de locaties. Doordat zij vaker zichtbaar zijn en het gesprek actief opzoeken, worden zij steeds beter herkend als gelijkwaardige gesprekspartner. Ze vormen een belangrijke schakel tussen cliënten, naasten, vrijwilligers, zorgteams en de cliëntenraad. Dit sluit mooi aan bij de thema’s participatie, zeggenschap en samen doen die binnen onze zorg belangrijk zijn. De locatiebijeenkomsten laten bovendien heel concreet zien hoe we samen werken aan betrokkenheid, medezeggenschap en het versterken van het dagelijks leven en welzijn van cliënten.
Interview met Ina Kerkdijk
Hoe heb je afgelopen jaar vanuit jouw positie gewerkt aan de pijlers, en kun je een voorbeeld geven? Binnen de woonzorg krijgt de samenwerking ‘het samen doen’, steeds meer vorm. De samenwerking tussen locaties is verbeterd. Teams zochten elkaar onderling vaker. Ze gingen samen puzzelen, diensten afstemmen en elkaar ontlasten waar nodig: Hoe kunnen we er nou voor zorgen dat we de kwaliteit van zorg zo goed mogelijk leveren met de beschikbare middelen die we hebben?
Ook op goed werkgeverschap is ingezet: de vernieuwde ‘werken-bij’ pagina sluit aan bij jongeren, het AFAS-project optimaliseerde het sollicitatieproces, en introductiebijeenkomsten plus actieve communicatie zorgen dat nieuwe medewerkers zich welkom voelen en snel kennis maken met onze visie op zelfsturing en vertrouwen. Wat leverde de proeftuin Wierden op voor cliënten, medewerkers en partners, en wat viel tegen? Wat tegenviel, was vooral het landelijke proces. Discussies over doelstellingen, financiering en landelijke samenwerking liepen stroperig. Daardoor stokte de energie en bleef de impact beperkter dan we hadden gehoopt.
De werkgroep rondom samenwerking tussen woon- en wijkzorg bleef wel doorwerken. Een concreet voorbeeld is dat casemanagers dementie vaker betrokken blijven tijdens de overgang van thuis naar een woonzorglocatie, ondanks de dubbele financiering. Voor cliënten is dat een enorme steun: er blijft even iemand naast hen staan in een kwetsbare periode. Als verbeterslag, zou het waardevol zijn als de initiatieven uit deze werkgroep ook in andere delen van de organisatie opgepakt worden. Wat gaat goed in de teams en waar worstelen zij mee op het gebied van kwaliteit? Wat ik overal terugzag, was inzet. Ongelooflijk veel inzet. Medewerkers zetten zich met hart en ziel in, zelfs wanneer roosters onder druk staan of collega’s uitvallen. Ze denken creatief mee, zoeken samenwerking met familie en maken eigen jaarplannen. Dat maakt me echt trots. Maar er zijn ook worstelingen rondom zorgzwaarte onbegrepen gedrag of agressie van cliënten. Dat vraagt veel van medewerkers. Dit jaar zal daarom de belevingsgerichte trainingen worden opgezet, zodat medewerkers meer handvatten krijgen. Dat is geen luxe maar noodzaak geworden. Daarbij zie ik ook dat medewerkers echt wel mee bewegen in situaties, zoals bij het project Vrijheid en Veiligheid. Door met elkaar af te stemmen rond cliënten en afdelingen, lukt het om samen sterker te staan – goede zorg doe je echt niet alleen. Samenwerken met andere teams en behandelaars is steeds belangrijker. Daar blijft veel aandacht voor nodig. Afgelopen kwaliteitsbeeld werd het verbeterpunt genoemd: de overdaad aan werkgroepen. Hoe ben je hier afgelopen jaar mee omgegaan? Dat hebben we nog steeds. We hebben kritisch gekeken naar lopende initiatieven en sommige projectgroepen ook echt afgesloten. Tegelijk komen er, mede door regionale samenwerking, steeds weer nieuwe groepen bij. Intern kunnen we nog scherper zijn: wat levert een werkgroep op, voor wie doen we het en kan het kleiner of korter? In de regio zie ik nog veel overlap, wat we op Twents niveau moeten bespreken. Binnenkort, tijdens de Panoramadag, formuleren we ook onze speerpunten en hoort dit thema daar zeker bij.
Waar ben je trots op als je terugkijkt naar 2025?
Ik ben ontzettend trots op onze medewerkers die zich dag in, dag uit met volle toewijding inzetten voor onze bewoners. Dat mag eigenlijk nooit genoeg benadrukt worden. Iedereen probeert er elke dag opnieuw een feestje van te maken, en juist dat vind ik het meest waardevol. Tevreden medewerkers stralen dat ook uit naar de bewoners; hun betrokkenheid en werkplezier weerspiegelen zich direct in het welzijn van onze bewoners.
Wat heb je persoonlijk geleerd in 2025? 2025 kende moeilijke en gevoelige situaties. Dat vroeg om zorgvuldig handelen, ethische keuzes maken en het goed meenemen van medewerkers. Ik heb geleerd dat vertrouwen geven, goed uitleggen en transparant communiceren essentieel zijn. Wat me raakte: medewerkers gingen heel zorgvuldig om met informatie, zonder dat ik ooit iets heb hoeven verbieden. Dat zegt iets over wie we zijn als organisatie en over onze besturingsfilosofie: werken op basis van wederzijds vertrouwen. Waar wil je je in 2026 op richten en hoe neem je medewerkers mee?
Ik zie dat de basis van onze ondersteunende afdelingen nog niet overal op orde is. Denk aan ICT, het AFAS-project, de nieuwe werkplekken, de website en het Accentplein. Er zijn veel losse eindjes die medewerkers hinderen in hun dagelijkse werk. Dat moet echt opgelost worden in 2026.
Interview met Sander Meijer
Afgelopen jaar zijn er pijlers opgesteld binnen de organisatie. Hoe heb jij hier vanuit jouw positie aan gewerkt? Kun je een concreet voorbeeld geven? Technologie en vernieuwing: Vanuit technologie hebben we het team Beeldzorg verder ontwikkeld. We zijn niet alleen gefocust op subsidie, maar hebben nu ook structureel voor de lange termijn zaken ingeregeld. Maandelijks bedienen we meer dan honderd cliënten en het team is bovendien niet alleen meer actief voor re-integratie, maar bestaat nu ook uit vaste medewerkers. Zo bouwen we echt aan een stabiel team. Daarnaast heeft de zorgtechnologie een nadrukkelijke plek gekregen binnen het assessment, eerst kijken wij of we de zorgvraag kunnen ondersteunen met een hulpmiddel, zorgtechnologie of vanuit het netwerk. Dat maakt dat er een aanzienlijke toename is van de Medido binnen de wijkzorg.
Gezonde organisatie: We hebben ons afgelopen jaar ingezet om de organisatie financieel sterker te maken. Het is gelukt om binnen de verschillende onderdelen van de Wijkzorg een positief resultaat te realiseren.
De basis op orde: afgelopen jaar zijn we gestart met het inrichten van verplichte trainingen voor zelfsturing, die minimaal één keer in de drie gevolgd moeten worden. Dit is ook een belangrijke pijler voor het komende jaar. Daarnaast hebben we de kennisdragers binnen de Wijkzorg ook een steviger basis gegeven door de kaders van de Kennisdragers aan te scherpen.
Samenwerken: We hebben gewerkt aan het versterken van de samenwerking, onder andere binnen WMO-kringen. Verschillende teams, zoals Dagbesteding, Thuisbegeleiding en Casemanagement dementie, zijn met elkaar in gesprek gegaan om te kijken hoe ze de verbinding kunnen vinden om elkaar te kunnen versterken.
De kwaliteit op orde: De kwaliteit van de Wijkzorg is op orde, vanuit het project Anders Werken Anders Doen hebben we thema’s opgehaald bij de verschillende teams en de opleidingsadviseurs hebben gericht een aantal trainingen aangeboden. Daarnaast is het RVH beleid doorontwikkeld en verder aangescherpt, waarbij de verantwoordelijk nog dichter bij de medewerker is komen te liggen.
Goed werkgeverschap: Er is een project opgestart voor Goed werkgeverschap waarbij verschillende initiatieven hebben verzameld en hebben opgehaald binnen de organisatie. Daarnaast hebben wij een actief beleid waardoor medewerker ze constant kunnen ontwikkelen binnen de organisatie, medewerkers kunnen kennisdrager of aandachtsvelder worden, daarnaast stimuleren wij verschillende niveau verhogende opleidingsvragen, van Verzorgende IG tot wijkverpleegkundigen en van verpleegkundige in de wijk tot casemanager dementie.
De proeftuin in Wierden heeft in 2025 diverse initiatieven opgeleverd. Wat heeft dit betekend voor cliënten, medewerkers en samenwerking met partners? En waren er ook teleurstellingen? De proeftuin in Wierden en het bijbehorende ecosysteem zijn verdeeld tussen Ina en mij. Ik hou mij meer bezig met het project ‘de buurt als ecosysteem’. Dit verliep afgelopen jaar soms wat stroperig. Wel zijn er mooie acties uitgezet en gesprekken gevoerd met de buurt en naasten. Dit jaar gaan we hopelijk de vruchten plukken van alle voorbereidingen en inzet wat wij tot nu toe hebben gedaan.
Jaarlijks heb jij een jaargesprek met de teams wijkzorg en woonzorg. Waar ben je trots op en waar worstelen de teams mee als het gaat om kwaliteit van zorg?
Ik ben vooral trots op de samenwerking. Teams zetten samen de schouders eronder, ook als het moeilijk is en vinden in moeilijke omstandigheden creatieve en praktische oplossingen. De kwaliteit van zorg en is hoog; teams bewaken dat met elkaar.
Wat beter kan, is het tijdig aangaan van gesprekken over of de zorg nog passend is. Daarnaast zou de inleveringsbereidheid iets sterker kunnen, een belangrijke bouwsteen van een zelfsturend team: over de eigen werkzaamheden heen kijken en nadenken over wat écht helpend is.
De verbinding tussen wijk- en woonzorg is een terugkerend thema. Is het gelukt om deze verbinding te versterken?
We werken op veel gebieden samen en steeds intensiever, vooral als er wisselingen zijn in diensten tussen woon- en wijkzorg. Er is ook steeds meer onderlinge samenwerking mogelijk. Zo zijn er 10 aanvragen geweest vanuit de Thuisbegeleiding en de casemanagers Dementie om na inhuizen toch nog korte tijd betrokken te blijven bij de client zodat de er een zachte landing en of warme overdracht ontstaat. Toch blijven er verschillen bestaan tussen de Wijkzorg en Woonzorg en dat is prima, omdat ze op een aantal aspecten fundamenteel anders georganiseerd zijn.
In 2024 werd door Turner een scan uitgevoerd binnen ZorgAccent. Hieruit kwamen positieve indrukken, maar ook een aantal suggesties om de slagkracht te versterken. Onder andere in het aanbrengen van focus van werkgroepen. Hoe heb je hier afgelopen jaar aan gewerkt?
Nu Aline weg is, kijken we kritischer naar externe werkzaamheden en werkgroepen. We maken bewust keuzes: is het nodig om altijd vooraan te staan, of is het soms beter om wat meer op de achtergrond te blijven? Er komt meer structuur in de werkgroepen, mede door de inzet van Kristel en de adviseurs bedrijfsprocessen. Ook de afdeling opleiding speelt hierin een rol. We doen niet aan alles mee, maar kijken wel naar relevante subsidies.
Waar ben je trots op als je terugkijkt op 2025?
Ik ben trots op het vertrouwen in de organisatie en de medewerkers. Dat is niet alleen de visie van de organisatie, maar ik heb dat afgelopen jaar ook echt ervaren. Ik heb gezien in teams dat zij heel hard werken om de kwaliteit van zorg- en dienstverlening hoog te houden. Vooral de creativiteit om tot passende oplossingen te komen en het doorzettingsvermogen van de teams is echt bewonderingswaardig en dat alles in het belang van de cliënten en haar of zijn netwerk.
Wat heb je persoonlijk geleerd als bestuurder afgelopen jaar?
Vertrouwen in de organisatie en de medewerkers is iets wat ik nog sterker heb ontwikkeld. Het is een groei die aansluit bij onze visie en bij mij als persoon. Zelfsturing werkt op basis van vertrouwen, het nemen van gezamenlijke verantwoordelijk en gaat uit van het vakmanschap van iedere individuele medewerker. Wij doen het gewoon echt goed met elkaar!
Welke signalen en ontwikkelingen uit het afgelopen jaar worden meegenomen naar 2026?
Dit jaar worden alle wijkverpleging teams getraind in het zorgproces: evalueren en bepalen hoe en wanneer we het gesprek aangaan over of de zorg nog passend is. Ook de training voor zelfsturing blijft een belangrijk aandachtspunt.
Interview met Sander Meijer
Afgelopen jaar zijn er pijlers opgesteld binnen de organisatie. Hoe heb jij hier vanuit jouw positie aan gewerkt? Kun je een concreet voorbeeld geven? Technologie en vernieuwing: Vanuit technologie hebben we het team Beeldzorg verder ontwikkeld. We zijn niet alleen gefocust op subsidie, maar hebben nu ook structureel voor de lange termijn zaken ingeregeld. Maandelijks bedienen we meer dan honderd cliënten en het team is bovendien niet alleen meer actief voor re-integratie, maar bestaat nu ook uit vaste medewerkers. Zo bouwen we echt aan een stabiel team. Daarnaast heeft de zorgtechnologie een nadrukkelijke plek gekregen binnen het assessment, eerst kijken wij of we de zorgvraag kunnen ondersteunen met een hulpmiddel, zorgtechnologie of vanuit het netwerk. Dat maakt dat er een aanzienlijke toename is van de Medido binnen de wijkzorg.
Gezonde organisatie: We hebben ons afgelopen jaar ingezet om de organisatie financieel sterker te maken. Het is gelukt om binnen de verschillende onderdelen van de Wijkzorg een positief resultaat te realiseren.
De basis op orde: afgelopen jaar zijn we gestart met het inrichten van verplichte trainingen voor zelfsturing, die minimaal één keer in de drie gevolgd moeten worden. Dit is ook een belangrijke pijler voor het komende jaar. Daarnaast hebben we de kennisdragers binnen de Wijkzorg ook een steviger basis gegeven door de kaders van de Kennisdragers aan te scherpen.
Samenwerken: We hebben gewerkt aan het versterken van de samenwerking, onder andere binnen WMO-kringen. Verschillende teams, zoals Dagbesteding, Thuisbegeleiding en Casemanagement dementie, zijn met elkaar in gesprek gegaan om te kijken hoe ze de verbinding kunnen vinden om elkaar te kunnen versterken.
De kwaliteit op orde: De kwaliteit van de Wijkzorg is op orde, vanuit het project Anders Werken Anders Doen hebben we thema’s opgehaald bij de verschillende teams en de opleidingsadviseurs hebben gericht een aantal trainingen aangeboden. Daarnaast is het RVH beleid doorontwikkeld en verder aangescherpt, waarbij de verantwoordelijk nog dichter bij de medewerker is komen te liggen.
Goed werkgeverschap: Er is een project opgestart voor Goed werkgeverschap waarbij verschillende initiatieven hebben verzameld en hebben opgehaald binnen de organisatie. Daarnaast hebben wij een actief beleid waardoor medewerker ze constant kunnen ontwikkelen binnen de organisatie, medewerkers kunnen kennisdrager of aandachtsvelder worden, daarnaast stimuleren wij verschillende niveau verhogende opleidingsvragen, van Verzorgende IG tot wijkverpleegkundigen en van verpleegkundige in de wijk tot casemanager dementie.
De proeftuin in Wierden heeft in 2025 diverse initiatieven opgeleverd. Wat heeft dit betekend voor cliënten, medewerkers en samenwerking met partners? En waren er ook teleurstellingen? De proeftuin in Wierden en het bijbehorende ecosysteem zijn verdeeld tussen Ina en mij. Ik hou mij meer bezig met het project ‘de buurt als ecosysteem’. Dit verliep afgelopen jaar soms wat stroperig. Wel zijn er mooie acties uitgezet en gesprekken gevoerd met de buurt en naasten. Dit jaar gaan we hopelijk de vruchten plukken van alle voorbereidingen en inzet wat wij tot nu toe hebben gedaan.
Jaarlijks heb jij een jaargesprek met de teams wijkzorg en woonzorg. Waar ben je trots op en waar worstelen de teams mee als het gaat om kwaliteit van zorg?
Ik ben vooral trots op de samenwerking. Teams zetten samen de schouders eronder, ook als het moeilijk is en vinden in moeilijke omstandigheden creatieve en praktische oplossingen. De kwaliteit van zorg en is hoog; teams bewaken dat met elkaar.
Wat beter kan, is het tijdig aangaan van gesprekken over of de zorg nog passend is. Daarnaast zou de inleveringsbereidheid iets sterker kunnen, een belangrijke bouwsteen van een zelfsturend team: over de eigen werkzaamheden heen kijken en nadenken over wat écht helpend is.
De verbinding tussen wijk- en woonzorg is een terugkerend thema. Is het gelukt om deze verbinding te versterken?
We werken op veel gebieden samen en steeds intensiever, vooral als er wisselingen zijn in diensten tussen woon- en wijkzorg. Er is ook steeds meer onderlinge samenwerking mogelijk. Zo zijn er 10 aanvragen geweest vanuit de Thuisbegeleiding en de casemanagers Dementie om na inhuizen toch nog korte tijd betrokken te blijven bij de client zodat de er een zachte landing en of warme overdracht ontstaat. Toch blijven er verschillen bestaan tussen de Wijkzorg en Woonzorg en dat is prima, omdat ze op een aantal aspecten fundamenteel anders georganiseerd zijn.
In 2024 werd door Turner een scan uitgevoerd binnen ZorgAccent. Hieruit kwamen positieve indrukken, maar ook een aantal suggesties om de slagkracht te versterken. Onder andere in het aanbrengen van focus van werkgroepen. Hoe heb je hier afgelopen jaar aan gewerkt?
Nu Aline weg is, kijken we kritischer naar externe werkzaamheden en werkgroepen. We maken bewust keuzes: is het nodig om altijd vooraan te staan, of is het soms beter om wat meer op de achtergrond te blijven? Er komt meer structuur in de werkgroepen, mede door de inzet van Kristel en de adviseurs bedrijfsprocessen. Ook de afdeling opleiding speelt hierin een rol. We doen niet aan alles mee, maar kijken wel naar relevante subsidies.
Waar ben je trots op als je terugkijkt op 2025?
Ik ben trots op het vertrouwen in de organisatie en de medewerkers. Dat is niet alleen de visie van de organisatie, maar ik heb dat afgelopen jaar ook echt ervaren. Ik heb gezien in teams dat zij heel hard werken om de kwaliteit van zorg- en dienstverlening hoog te houden. Vooral de creativiteit om tot passende oplossingen te komen en het doorzettingsvermogen van de teams is echt bewonderingswaardig en dat alles in het belang van de cliënten en haar of zijn netwerk.
Wat heb je persoonlijk geleerd als bestuurder afgelopen jaar?
Vertrouwen in de organisatie en de medewerkers is iets wat ik nog sterker heb ontwikkeld. Het is een groei die aansluit bij onze visie en bij mij als persoon. Zelfsturing werkt op basis van vertrouwen, het nemen van gezamenlijke verantwoordelijk en gaat uit van het vakmanschap van iedere individuele medewerker. Wij doen het gewoon echt goed met elkaar!
Welke signalen en ontwikkelingen uit het afgelopen jaar worden meegenomen naar 2026?
Dit jaar worden alle wijkverpleging teams getraind in het zorgproces: evalueren en bepalen hoe en wanneer we het gesprek aangaan over of de zorg nog passend is. Ook de training voor zelfsturing blijft een belangrijk aandachtspunt.
Interview met Ina Kerkdijk
Hoe heb je afgelopen jaar vanuit jouw positie gewerkt aan de pijlers, en kun je een voorbeeld geven? Binnen de woonzorg krijgt de samenwerking ‘het samen doen’, steeds meer vorm. De samenwerking tussen locaties is verbeterd. Teams zochten elkaar onderling vaker. Ze gingen samen puzzelen, diensten afstemmen en elkaar ontlasten waar nodig: Hoe kunnen we er nou voor zorgen dat we de kwaliteit van zorg zo goed mogelijk leveren met de beschikbare middelen die we hebben?
Ook op goed werkgeverschap is ingezet: de vernieuwde ‘werken-bij’ pagina sluit aan bij jongeren, het AFAS-project optimaliseerde het sollicitatieproces, en introductiebijeenkomsten plus actieve communicatie zorgen dat nieuwe medewerkers zich welkom voelen en snel kennis maken met onze visie op zelfsturing en vertrouwen. Wat leverde de proeftuin Wierden op voor cliënten, medewerkers en partners, en wat viel tegen? Wat tegenviel, was vooral het landelijke proces. Discussies over doelstellingen, financiering en landelijke samenwerking liepen stroperig. Daardoor stokte de energie en bleef de impact beperkter dan we hadden gehoopt.
De werkgroep rondom samenwerking tussen woon- en wijkzorg bleef wel doorwerken. Een concreet voorbeeld is dat casemanagers dementie vaker betrokken blijven tijdens de overgang van thuis naar een woonzorglocatie, ondanks de dubbele financiering. Voor cliënten is dat een enorme steun: er blijft even iemand naast hen staan in een kwetsbare periode. Als verbeterslag, zou het waardevol zijn als de initiatieven uit deze werkgroep ook in andere delen van de organisatie opgepakt worden. Wat gaat goed in de teams en waar worstelen zij mee op het gebied van kwaliteit? Wat ik overal terugzag, was inzet. Ongelooflijk veel inzet. Medewerkers zetten zich met hart en ziel in, zelfs wanneer roosters onder druk staan of collega’s uitvallen. Ze denken creatief mee, zoeken samenwerking met familie en maken eigen jaarplannen. Dat maakt me echt trots. Maar er zijn ook worstelingen rondom zorgzwaarte onbegrepen gedrag of agressie van cliënten. Dat vraagt veel van medewerkers. Dit jaar zal daarom de belevingsgerichte trainingen worden opgezet, zodat medewerkers meer handvatten krijgen. Dat is geen luxe maar noodzaak geworden. Daarbij zie ik ook dat medewerkers echt wel mee bewegen in situaties, zoals bij het project Vrijheid en Veiligheid. Door met elkaar af te stemmen rond cliënten en afdelingen, lukt het om samen sterker te staan – goede zorg doe je echt niet alleen. Samenwerken met andere teams en behandelaars is steeds belangrijker. Daar blijft veel aandacht voor nodig. Afgelopen kwaliteitsbeeld werd het verbeterpunt genoemd: de overdaad aan werkgroepen. Hoe ben je hier afgelopen jaar mee omgegaan? Dat hebben we nog steeds. We hebben kritisch gekeken naar lopende initiatieven en sommige projectgroepen ook echt afgesloten. Tegelijk komen er, mede door regionale samenwerking, steeds weer nieuwe groepen bij. Intern kunnen we nog scherper zijn: wat levert een werkgroep op, voor wie doen we het en kan het kleiner of korter? In de regio zie ik nog veel overlap, wat we op Twents niveau moeten bespreken. Binnenkort, tijdens de Panoramadag, formuleren we ook onze speerpunten en hoort dit thema daar zeker bij.
Waar ben je trots op als je terugkijkt naar 2025?
Ik ben ontzettend trots op onze medewerkers die zich dag in, dag uit met volle toewijding inzetten voor onze bewoners. Dat mag eigenlijk nooit genoeg benadrukt worden. Iedereen probeert er elke dag opnieuw een feestje van te maken, en juist dat vind ik het meest waardevol. Tevreden medewerkers stralen dat ook uit naar de bewoners; hun betrokkenheid en werkplezier weerspiegelen zich direct in het welzijn van onze bewoners.
Wat heb je persoonlijk geleerd in 2025? 2025 kende moeilijke en gevoelige situaties. Dat vroeg om zorgvuldig handelen, ethische keuzes maken en het goed meenemen van medewerkers. Ik heb geleerd dat vertrouwen geven, goed uitleggen en transparant communiceren essentieel zijn. Wat me raakte: medewerkers gingen heel zorgvuldig om met informatie, zonder dat ik ooit iets heb hoeven verbieden. Dat zegt iets over wie we zijn als organisatie en over onze besturingsfilosofie: werken op basis van wederzijds vertrouwen. Waar wil je je in 2026 op richten en hoe neem je medewerkers mee?
Ik zie dat de basis van onze ondersteunende afdelingen nog niet overal op orde is. Denk aan ICT, het AFAS-project, de nieuwe werkplekken, de website en het Accentplein. Er zijn veel losse eindjes die medewerkers hinderen in hun dagelijkse werk. Dat moet echt opgelost worden in 2026.
Kwaliteitsbeeld
O&O
Created on February 3, 2026
Start designing with a free template
Discover more than 1500 professional designs like these:
View
Project Roadmap Timeline
View
Step-by-Step Timeline: How to Develop an Idea
View
Artificial Intelligence History Timeline
View
Museum Escape Room
View
Momentum: Onboarding Presentation
View
Urban Illustrated Presentation
View
3D Corporate Reporting
Explore all templates
Transcript
Kwaliteitsbeeld
ZorgAccent - maart 2026
Lees alles over onze reflectie op kwaliteit en de daarbijhorende bouwstenen.
Bouwstenen
Onze werkgroepen dragen hieraan bij door samenwerking en kennisdeling te stimuleren.
Werkgroepen
Meer weten over onze organisatie? Alle feiten en weetjes over ZorgAccent vind je hier.
Feiten & cijfers
Waar focussen wij ons op in 2026?
Vooruitblik
Inleiding kwaliteitsbeeld ZorgAccent en reflectie op de beweging van het kwaliteitskader
In 2025 heeft ZorgAccent vol ingezet op vernieuwing en ontwikkeling op verschillende gebieden om samen anders te werken en te handelen. Dit kwaliteitsbeeld laat alleen de meest opvallende initiatieven zien, maar elke dag wordt er hard gewerkt aan slimmere organisatie en nieuwe werkwijzen. Zorgteams krijgen veel op hun bord: de complexiteit en zwaarte van de zorg blijven groeien in alle onderdelen van de organisatie. De uitdaging is om hierin mee te bewegen, de focus te behouden en medewerkers zo goed mogelijk te ondersteunen. Ons doel? Hen in staat stellen hun vak met passie en professionaliteit uit te oefenen én het werk interessant en plezierig te houden. Zo kunnen collega’s het beste van zichzelf geven aan inwoners, cliënten en bewoners in Twente, en écht een verschil maken in hun leven. Het nieuwe kwaliteitskompas, dat in 2024 is vastgesteld, past naadloos bij de visie van ZorgAccent en de kwaliteit en ontwikkeling van zorg die we voor ogen hebben. Met pijlers als eigen regie, samen redzaam zijn, samenwerken en technologie en vernieuwing, biedt het kwaliteitskompas een duidelijke richting voor toekomstbestendige zorg. Daarnaast heeft ZorgAccent ook pijlers voor collega’s geformuleerd. Zo staat de basis op orde voorop: geen onnodige toeters en bellen, maar zo goed mogelijk ondersteunen daar waar het écht nodig is. Ook goed werkgeverschap is een belangrijke pijler, met aandacht voor het behouden van huidige collega’s en het werven van nieuwe professionals. Tot slot werkt de organisatie aan een gezonde organisatie, waarbij duurzaamheid en toekomstbestendigheid centraal staan. Op deze manier wordt niet alleen goede zorg voor cliënten gewaarborgd, maar ook een stabiele en aantrekkelijke werkomgeving voor medewerkers.
Bouwstenen
Het kennen van de wensen en behoeften
Het bouwen van netwerken
Het werk organiseren
Leren en ontwikkelen
Reflectie op bouwsteen 1
Het kennen van de wensen en behoeften
Bij ZorgAccent werken we met zelfsturende teams die hun vak met passie en verantwoordelijkheid uitoefenen. De regie die zij zelf ervaren, dragen ze ook over op bewoners en cliënten. Dit betekent dat we samen kijken naar wat iemand zelf kan en hoe we ondersteuning op maat bieden. Onze professionals gaan in gesprek met mensen met een zorgvraag, hun mantelzorgers, naasten en het sociale netwerk. Dit begint al bij de wijkzorg (wijkverpleging, dagbesteding, thuisbegeleiding en casemanagement dementie) en, bij een noodzakelijke opname, met een cliëntadviseur. Daarna zetten we deze aanpak voort binnen de woonzorg. Het fundament van onze werkwijze? Goed luisteren en open, eerlijke communicatie. Zo zorgen we ervoor dat zorg écht aansluit bij de wensen en behoeften van de cliënt. Op basis van een open gesprek worden afspraken gemaakt over wat iemand zelf nog kan doen, wat samen met het sociale netwerk gedaan kan worden, welke mogelijkheden de lokale omgeving, hulpmiddelen en technologie bieden en wat van de professionele zorg verwacht mag worden en gewenst is, ook als de situatie verandert. De professional deelt de uitkomsten van het gesprek en de afspraken op een voor alle betrokkenen toegankelijke manier en legt deze vast in een ondersteuningsplan. Hoe hard onze zorgprofessionals hieraan werken is zeker terug te lezen in de prachtige uitkomsten van het cliënttevredenheidsonderzoek.
Cliënttevredenheidsonderzoek
Werkgroepen
Natuurlijk blijft het door ontwikkelen en kunnen we verbeteren. Hier zijn we dan ook hard mee bezig. Neem bijvoorbeeld een kijkje in de werkgroepen die zich bezighouden met onderwerpen uit deze bouwsteen.
Benieuwd naar plannen voor 2026? Bekijk de interviews van bestuurders en afdeling opleiding.
Interview opleiding woonzorg
Interview directeur woonzorg
Interview directeur wijkzorg
Reflectie op bouwsteen 2
Het bouwen van netwerken
Om het sociale netwerk een grotere rol te geven in iemands kwaliteit van leven, is een andere aanpak nodig. Dit vraagt niet alleen om meer betrokkenheid van naasten, maar ook om een nieuwe rol voor professionele zorg. Dit is ook in voorgaande bouwsteen terug gekomen. Als grootste organisatie in de regio, zijn we ons bewust van de verantwoordelijkheid die we hebben om stevige netwerken neer te zetten en te onderhouden. Dit is te zien in verschillende initiatieven waar we aan bijdragen of initiatiefnemer in zijn. Met de Ondernemingsraad, Cliëntenraad en cliëntvertegenwoordigers is op verschillende thema’s en manieren constructief samengewerkt. In deze korte interviews vertellen leden wat hun werkzaamheden zijn en hoe ze afgelopen jaar hebben samengewerkt aan kwaliteit van zorg- en dienstverlening.
Interview Ondernemingsraad
De stem van de cliënt
Interview Cliëntenraad
Reflectie op bouwsteen 3
Het werk organiseren
Het is essentieel om continu voldoende zorg en welzijn beschikbaar te hebben, met de juiste mix van deskundigheid die aansluit bij de zorgvraag in de regio. Voor kwetsbare mensen is vaak extra of gespecialiseerde kennis nodig. Bij onverwachte of complexe medische situaties staat er altijd expertise klaar om snel de juiste inschattingen te maken en de juiste professionals in te schakelen. Zoals eerder genoemd, geeft ZorgAccent veel zeggenschap aan vakmensen in de praktijk door middel van zelfsturing. Binnen zorgteams wordt gezamenlijk bepaald wat nodig is om verantwoorde zorg te bieden. Teams hebben de vrijheid om zelf te beslissen over scholing en kunnen waar nodig advies inwinnen bij Kennisdragers, kernteams of ondersteuners. Uiteindelijk ligt de beslissing bij het zorgteam zelf. Het beeldzorgteam (ZaraZorg) is in 2025 uitgebreid en we hebben onderzocht hoe VPT een plek kan krijgen binnen het zorglandschap. Na het project rondom ‘vrijheid en veiligheid’ bij het Stadskwartier, gaan we in 2026 met nog 2 (of 3) locaties onderzoeken hoe we binnen de PG-afdelingen meer vrijheid kunnen inrichten voor de bewoners. Voor deze en meer initiatieven en werkgroepen, kijk op de overzichtspagina.
Werkgroepen
Reflectie op bouwsteen 4
Leren en ontwikkelen
Leren en ontwikkelen is een gedeelde verantwoordelijkheid binnen de zorgorganisatie. Van individuele professionals en zorgteams tot kwaliteits- en beleidsmedewerkers, teamcoaches en bestuurders: iedereen draagt hieraan bij. Samen met cliëntenraden, beroepsorganisaties, academische werkplaatsen en andere partners werken we continu aan verbetering. Een open leerklimaat staat daarbij centraal. Door korte feedbackcycli, regelmatige reflectie en een open dialoog blijven we onszelf ontwikkelen. Dit geldt niet alleen voor zorgverleners en bestuurders, maar ook voor mensen met een zorgvraag en hun naasten. Ook zij worden gestimuleerd om mee te denken en actief bij te dragen aan hun eigen zorg en welzijn. Inzicht in kwaliteit is onmisbaar om te leren, te verbeteren én verantwoording af te leggen. Leren en ontwikkelen gaan dan ook hand in hand met veranderprojecten, interne en externe visitaties en tevredenheidsonderzoeken. Samenwerken betekent bovendien automatisch dat we van elkaar leren: we nemen goede voorbeelden over en stoppen met wat niet (meer) werkt. Juist leren tijdens het werk blijkt vaak het meest effectief. ZorgAccent biedt medewerkers en teams daarom volop ruimte om zich op verschillende manieren te ontwikkelen. Daarbij sluiten we aan bij de intrinsieke motivatie van medewerkers en bij actuele leervragen binnen het team. Wat wil iemand leren? Wat speelt er in het team? En welke ruimte of mogelijkheden kunnen we creëren? Zo maken we leren praktisch, relevant en direct toepasbaar in de dagelijkse zorgpraktijk. Het borgen van de inzichten die zijn opgedaan in projecten en visitaties blijft een uitdaging. In 2025 en doorlopend in 2026 is dan ook van belang dat veranderingen blijvend worden geïmplementeerd. Zo zijn de projecten van afgelopen jaar meer gestructureerd door onze adviseurs bedrijfsprocessen en wordt de zoektocht naar langdurige borging steeds duidelijker zichtbaar bij werkgroepen, initiatieven en visitaties. In het kwaliteitsbeeld van afgelopen jaar werd ook aangegeven dat een overdaad van werkgroepen en activiteiten niet altijd tot het behalen van doelen leidt. In gesprek met directeuren woonzorg en wijkzorg hebben we het hierover.
Interne visitatie Huishoudeijke Ondersteuning: leren en ontwikkelen
Interne visitatie wijk- en woonzorg: Zorgtechnologie en WZD
Externe visitatie wijk- en woonzorg met Zorggroep Sint Maarten: ‘vrijheid en veiligheid’.
Interview directeur woonzorg
Interview directeur wijkzorg
Werkgroepen
Vooruitblik 2026
Kies een werkgroep voor meer informatie of ga gelijk door naar de vooruitblik naar 2026.
Samen sterk in werk
Warm welkom
Congrestival
Moderne werkplek
Samen doen
CTO wijk-woon
Visitaties wijk & woon
Visitatie huishoudelijke ondersteuning
Duurzaamheid
Kennisnetwerk palliatieve zorg
Externe visitatie wijk & woon
Cura model
Vrijheid veiligheid
Woon/wijk
Versneld verbinden
Omgevingszorg
Positionering parkinsonverpleegkundigen
Logeerzorg (Twentse Koers)
Buurt als ecosysteem
Zelf zorgen, samen doen
Versterking Eerstelijnszorg
VPT
Gemeentekringen WMO
Congrestival
Op welke manier heeft dit bijgedragen aan de kwaliteit?
Verbindt collega’s, inspireert en zet beweging in gang rondom vakmanschap en werkplezier.
Wat was de grootste uitdaging?
Een programma maken dat voor álle functies en locaties relevant voelt.
Wat is je het meest bijgebleven?
De energie en trots die loskwam door samen te leren en vieren.
Wat is de vooruitblik richting 2026?
Doorontwikkelen naar een vast, herkenbaar moment voor de nieuwe editie in 2028.
Moderne werkplek
Op welke manier heeft dit bijgedragen aan de kwaliteit?
Zorgt voor efficiënter werken, betere samenwerking en minder frustratie in het dagelijks werk.
Wat was de grootste uitdaging?
Iedereen meenemen in de digitale veranderingen, met verschillende niveaus van digitale vaardigheid.
Wat is je het meest bijgebleven?
Kleine verbeteringen die een groot verschil maakten in het werk van collega’s, zoals een nieuwe telefoon.
Wat is de vooruitblik richting 2026?
Verder vereenvoudigen, digitaal vaardigheid een beetje verhogen en nog meer collega’s voorzien van hun moderne werkplek.
Samen sterk in werk
Op welke manier heeft dit bijgedragen aan de kwaliteit?
Versterkt duurzame inzetbaarheid, samenwerking en werkplezier van medewerkers.
Wat was de grootste uitdaging?
Van bewustwording naar samen sterk worden in werk.
Wat is je het meest bijgebleven?
Open gesprekken en herkenning tussen collega’s.
Wat is de vooruitblik richting 2026?
Lancering van dit project in teams met focus op duurzame inzetbaarheid, samenwerking en werkplezier van medewerkers en vooral eigen regie.
Warm welkom
Deze werkgroep richt zich op de herinrichting van de HR-processen binnen AFAS, maar vooral: hoe gaan we om met nieuwe collega’s? Welke communicatie ontvangt hij/zij en hoe draagt dit bij aan een goede onboarding en een nieuwe medewerker die zich welkom en verbonden voelt?
Op welke manier heeft dit bijgedragen aan de kwaliteit?
Door het HR-proces rondom nieuwe medewerkers volledig te herzien, creëren we een 'droomproces' voor het aannemen van collega’s. Dit zorgt ervoor dat nieuwe collega’s een goede, warme start maken en direct met de juiste middelen aan de slag kunnen, zodat de zorg ongestoord door kan gaan. Ook van de mutatiebegeleider in een team.
Wat was de grootste uitdaging?
De grootste uitdaging was om alle verschillende perspectieven en wensen vanuit de organisatie te vertalen naar één gestroomlijnd en werkbaar digitaal proces binnen AFAS.
Wat is je het meest bijgebleven?
De kracht van onze samenwerking. Administratieve last voor collega's tot een minimum te beperken. Er is een proces neergezet dat het werk voor iedereen: van de nieuwe medewerker tot de collega die de indiensttreding begeleidt, écht makkelijker maakt.
Wat is de vooruitblik richting 2026?
De start staat, fijn om dit verder uit te rollen en ook na te denken over andere zaken (naast een goed proces in AFAS) die bijdragen aan een fijne start en een warm welkom.
Visitaties wijk & woon
Op welke manier heeft dit bijgedragen aan de kwaliteit?
Als organisatie zijn we veelal bezig met het plannen en uitvoeren van zorg en vernieuwing. Het is echter ook belangrijk om te checken of we als organisatie de goede kant op gaan. Om te onderzoeken hoe het de huidige werkwijze is rondom kwaliteitsthema’s en ervaringen van teams met elkaar te verbinden zijn er twee visitatieteams in het leven geroepen: huishoudelijke ondersteuning en wijk- en woonzorg. Deze visitatieteams gaan in gesprek met een aantal teams en collega’s over specifieke onderwerpen, zonder oordelen.
Wijk- en woonzorg
In 2025 hebben er twee visitatierondes plaatsgevonden met als onderwerpen: Zorgtechnologie en WZD. Er zijn verschillende aanbevelingen gedaan voor zowel teams als voor de organisatie. Voor meer informatie over de uitkomsten klik hier
Wat is de vooruitblik richting 2026/2027?
Plannen 2026: We hebben nu in twee jaar vier verschillende onderwerpen mogen onderzoeken met het visitatieteam. Het is nu ook tijd om te kijken of we de visitaties op een goede manier ingericht hebben. Dus: een evaluatiejaar. Doen we nog het goede? Worden uitkomsten geborgd? Zo hopen we in 2027 een nieuwe doorstart te maken met alle geleerde lessen. Vooruitblik 2027: De visitaties leveren veel waardevolle informatie op voor zowel teams als ondersteuning, maar het blijft een uitdaging om deze inzichten om te zetten in concrete veranderingen. Hoewel het visitatieteam een checkfunctie heeft binnen de PDCA-cyclus, is het wenselijk om de resultaten beter te borgen. Daarom wordt in 2026 onderzocht hoe hier meer aandacht voor kan komen, onder andere door aan het einde van het jaar te evalueren wat er met de uitkomsten is gedaan.
Interne visitatie wijk- en woonzorg: Zorgtechnologie en WZD
Samen doen
Op welke manier heeft dit bijgedragen aan de kwaliteit?
Deze werkgroep is in 2023 begonnen met als doel om de samenwerking te stimuleren tussen de zorgprofessionals en de naasten en vrijwilligers. We zullen de zorg in de toekomst steeds meer gezamenlijk moeten doen, gezien de vergrijzing (meer ouderen) en minder personeel (minder jongeren). Daarnaast is het ‘samen doen’ ook een kans om de kwaliteit van leven te verhogen! Juist dat bekende gezicht en dat extra moment van gezien worden, kan het verschil maken. Afgelopen jaar hebben we een handreiking ontwikkeld die weergeeft wat de verantwoordelijkheden en mogelijkheden zijn voor naasten. Daarnaast zijn er een aantal familiebijeenkomsten georganiseerd rondom het ‘samen doen’ en workshops gegeven op het Congrestival.
Wat was de grootste uitdaging?
Als alles op orde is wordt de noodzaak van samen doen snel uit het oog verloren door teams. Zoals de gesprekken met naasten 2 weken na opname over dit onderwerp: dit is nog bij veel teams niet onder de aandacht of wordt vergeten. Hoe ondersteunen we hier het best in als werkgroep?
Wat is je het meest bijgebleven?
Tijdens het Congrestival in mei 2025 hebben we meerdere workshops aangeboden waarin we aandacht hebben gegeven aan dit onderwerp. Eenmaal in gesprek met de medewerkers, merk je dat de wil om meer samen te werken met familie en vrijwilligers er zeker wel is. Echter gaf men aan dat het soms ook ingewikkeld kan zijn. Ideeën zijn er wel, maar deze ook daadwerkelijk tot uitvoering brengen vraagt vaak investering van tijd en energie. In de prioritering van werkzaamheden komt dit dan voor de korte termijn toch vaak onderaan te staan. Voor de lange termijn zitten er echter ook veel voordelen aan om juist wel te investeren en daar hebben we mooie gesprekken over mogen voeren. In deze mooie gesprekken kwamen we ook steeds meer tot de conclusie dat er al hele mooie dingen gebeuren binnen de organisatie, maar dat we dit soms als vanzelfsprekend zien.
Wat is de vooruitblik richting 2026?
Van maart-mei organiseren we op elke locatie een ‘Samendoen-week’. Tijdens deze week is er extra aandacht voor het thema Samendoen. Dit doen we door informatiemateriaal neer te zetten voor naasten en mantelzorgers en door met jullie in gesprek te gaan over hoe we jullie het beste kunnen ondersteunen in het samenwerken met familie en naasten. We willen het onderwerp onder de aandacht houden door het gesprek aan te gaan en hulp te bieden op een laagdrempelige manier.
CTO wijk-woon
Dit jaar is een nieuw cliënttevredenheidsonderzoek uitgevoerd in het kader van het generieke kwaliteitskompas. Dit jaar is de vragenlijst aan bijna alle cliënten binnen de woonzorg en wijkverpleging voorgelegd, waar dit vorig jaar bij een beperktere groep gebeurde. De uitvraag vond plaats via een mailing (woonzorg) of via een brief met QR-code (wijkverpleging). Deze aanpak is gekozen om de belasting voor zorgprofessionals niet te verhogen en tegelijkertijd alle cliënten de mogelijkheid te geven hun mening te delen. Dit heeft geleid tot een hogere respons dan in voorgaande jaren. De vragen zijn allen positief beoordeeld, met scores boven de 8,1. Opvallend is dat deze resultaten opnieuw hoger liggen dan het gemiddelde van vergelijkbare organisaties. Dit is een prachtig resultaat om trots op te zijn en laat zien hoe goed het werk van onze zorgprofessionals wordt gewaardeerd. Naast de goede uitkomsten, zijn er ook uitkomsten waar teams van kunnen leren. Daarom worden de resultaten besproken op locatieniveau binnen de woonzorg tijdens verpleegkundige overleggen. Daarnaast kunnen wijkteams alle resultaten inzien via het online dashboard van het meetbureau. Volgend jaar is het streven om alle resultaten opnieuw per mail te delen, zodat de drempel om hier actief mee aan de slag te gaan verder wordt verlaagd. Bekijk de resultaten van de meting hier:
Cliënttevredenheidsonderzoek
Visitatie Huishoudelijke ondersteuning
In 2025 is onderzocht hoe leren en ontwikkelen wordt ervaren en hoe hier beter op kan worden aangesloten. De resultaten bieden inzicht in de doorontwikkeling van de online leeromgeving Pynter en in de leerwensen van huishoudelijk ondersteuners. Een blijvende uitdaging bij deze visitaties is het doorvoeren van verbeteringen als gevolg van de werkdruk bij zorgbemiddelaars. Daarom is ervoor gekozen de onderwerpen beter te laten aansluiten bij actuele vraagstukken. Ook dit jaar is het doel om de resultaten te analyseren en hieruit concrete verbeteracties te formuleren en uit te zetten, door zowel afdeling ontwikkeling als door/met zorgbemiddelaars. Klik hier voor de samenvatting van de resultaten:
Interne visitatie Huishoudeijke Ondersteuning: leren en ontwikkelen
Externe visitatie wijk & woon
Op welke manier heeft dit bijgedragen aan de kwaliteit?
Naast de interne visitatie, is afgelopen jaar ook voor het eerst een externe visitatie uitgevoerd met Zorggroep Sint Maarten. Een externe visitatie voegt waarde toe door een frisse blik, het delen van kennis en inspiratie, en het vergroten van objectiviteit en transparantie. Sint Maarten en ZorgAccent houden elkaar een spiegel voor die leren en ontwikkelen stimuleert, in lijn met het generiek kwaliteitskompas. Het centrale thema van de visitatie afgelopen jaar was: Leven in vrijheid – Vrijheid en Veiligheid. Hierbij staat de transitie van gesloten naar open PG-locaties centraal. Eerlijk worden de mooie uitkomsten gedeeld, maar ook de verbeterpunten komen aan het licht.
Wat is de vooruitblik richting 2026?
We willen de externe visitatie uitbreiden door nog een zorgorganisatie te betrekken. Door verschillende werkwijzen en inzichten bij elkaar te brengen, vergroten we ons lerend vermogen. Daarnaast beoordelen we of onze aanpak van visiteren en samenwerken nog goed aansluit en passen we deze indien nodig aan. Ons doel blijft hetzelfde: kennis delen, inspiratie opdoen, en samen werken aan verbeterpunten waar dat nuttig is.
Externe visitatie wijk- en woonzorg met Zorggroep Sint Maarten: ‘vrijheid en veiligheid’.
Kennisnetwerk palliatieve zorg
Binnen de woonzorg gaan we werken met aandachtsvelders palliatieve zorg. de aandachtvelders hebben een training gespecialiseerd palliatieve zorg (4 lesdagen) gevolgd en verbetervoorstellen gemaakt, zoals het hanteren van een pijnscorelijst, muziek in de palliatieve fase, inzet andere disciplines, herkennen van de terminale fase. We moeten de opgedane kennis in 2026 verder borgen, misschien in Pynter zetten. We hebben binnenkort een afspraak (kennisnetwerk en O&O) om te kijken hoe we de verbinding met de aandachtsvelders houden en hoe we de kennis delen. Het is ook de bedoeling dat de kennis vooral op de werkplek/locatie door de aandachtsvelders worden gedeeld en dat we leren vanuit de succesverhalen binnen de verschillende locaties.
Duurzaamheid
Op welke manier heeft dit bijgedragen aan de kwaliteit?
Duurzaamheid is een begrip wat met allerlei thema’s te maken heeft, zoals bijvoorbeeld; energiebesparing, verspilling tegengaan, duurzame inzetbaarheid van personeel, CO2-reductie, medicatiegebruik, vervoer, gebouwen en zo kunnen we nog even doorgaan.
Wat was de grootste uitdaging?
Afgelopen jaar was de werkgroep zoekende naar een goede werkstructuur na het weggaan van voorgaande regiebegeleider. De zoektocht hiernaar heeft geleid tot wat vertraging, maar mogelijk ook ruimte gegeven om meer aandacht te richten op de grootste uitdaging van 2026: certificering van een locatie op gebied van de milieuthermometer.
Wat is je het meest bijgebleven?
De presentatie van Aveleijn, hoe zij het in de organisatie hebben geregeld en hoe ze collega’s hebben meegenomen in duurzaamheid.
Wat is de vooruitblik richting 2026?
Aankomend jaar is het doel om bij de Hofkamp aan de slag te gaan met duurzaamheid om zo een bronzen certificaat te behalen op het gebied van de milieuthermometer. Dit vraagt op organisatiebreed niveau aandacht, maar ook bij de woonzorgteams op de Hofkamp.
Woon/wijk
Op welke manier heeft dit bijgedragen aan de kwaliteit?
De werkgroep heeft als doel om te bekijken/bedenken hoe zaken gemakkelijker en efficiënter kunnen in de samenwerking tussen Woon en Wijk van Zorgaccent in de plaats Wierden. Zo is er nu een stroomschema voor een warme overdracht die uiteindelijk de kwaliteit van zorg ten goede zal moeten komen (moet nog blijken vanuit de pilot die nu nog draait), gaan teams samen intervisie doen en scholingen, maken teams nu meer gebruik van de Raizer in de Woonzorg en is de samenwerking verbeterd tussen Woon en Wijk.
Wat was de grootste uitdaging?
Dat iedereen actief betrokken blijft en is van de werkgroep zelf + iedereen die niet in de werkgroep zit. Hoe krijg je hen mee?
Wat is je het meest bijgebleven?
De mooie, praktische en creatieve oplossingen die helpend zijn qua samenwerking in de woon en wijk. Uiteindelijk komt dit allemaal ten goede aan onze bewoners en de collega’s.
Wat is de vooruitblik richting 2026?
Verder gaan met de huidige subwerkgroepen en de pilot Warme overdracht evalueren net als de andere subwerkgroepen. Vorm geven aan intervisie en scholingen, meer naamsbekendheid van ZorgAccent in Wierden en mogelijk een hotelbed openen (of voorwerk hiervoor doen).
Vrijheid veiligheid
In 2025 heeft de eerste voorheen gesloten PG-locatie haar deuren geopend, namelijk: het Stadskwartier.
Op welke manier heeft dit bijgedragen aan de kwaliteit?
Voor bewoners met dementie streven we ernaar hen zoveel mogelijk vrijheid te bieden. Dus geen gesloten afdelingen of locaties meer, maar in plaats daarvan een omgeving waarin mensen met dementie zich vrij én veilig voelen. Een omgeving zonder onnodige beperkingen, waar we samen kijken naar wat bijdraagt aan welzijn, een zinvolle daginvulling en kwaliteit van leven.
Wat was de grootste uitdaging?
Dankzij de grote inzet en het enthousiasme van veel zorgprofessionals werden er binnen het project in korte tijd grote stappen gezet. Het bleek dat zorgprofessionals al ver waren in deze visie, echter bleek dat de verwachtingen niet duidelijk waren vastgelegd. Dit bracht een belangrijk leerdoel naar voren: het uitspreken van verwachtingen en het maken van duidelijke afspraken over wie wat doet en hoe informatie wordt doorgegeven.
Wat is je het meest bijgebleven?
Doordat de visie van vrijheid en veiligheid al aanwezig was, werd het project snel opgepakt.
Wat is de vooruitblik richting 2026?
Starten met nog 2 andere locaties! In Januari/februari bij de Heemsteresch. Later in het jaar bij een volgende locatie. Daarnaast zoeken we naar manieren om deze visie als basis neer te zetten op alle locaties. Vrijheid en veiligheid als nieuwe normaal.
Omgevingszorg
In 2025 is het project omgevingszorg opgestart. In alle PG-teams is een aandachtsvelder omgevingszorg geworven om de deskundigheid binnen teams te verhogen. Doel van het project is het verbeteren van de zorg voor bewoners met dementie door betere bejegening, prikkelregulatie, een passende omgeving en een betekenisvolle daginvulling.
Op welke manier heeft dit bijgedragen aan de kwaliteit?
Teams krijgen inzicht in hun kennisniveau en werken aan verbeterplannen. Scholing van aandachtsvelders versterkt deskundigheid en ondersteunt betere zorg, minder onbegrepen gedrag en meer werkplezier.
Wat was de grootste uitdaging?
De grootste uitdaging is en blijft om alles rondom de cliënt en zorgteam goed te organiseren. Hier zijn veel verschillende disciplines bij betrokken. Het zorgteam moet deze disciplines coördineren en samenbrengen. Met dit project hopen we zorgteams hierin te ondersteunen.
Wat is je het meest bijgebleven?
Het enthousiasme van de nieuwe aandachtsvelders en de motivatie om binnen hun teams met omgevingszorg aan de slag te gaan.
Wat is de vooruitblik richting 2026?
In 2026 starten de trainingen voor aandachtsvelders daadwerkelijk. Externe trainingen vinden plaats van januari t/m mei. Daarnaast worden scholingsvragen van teams opgehaald en gaat de ontwikkeling van het digitale leerconcept verder. Het jaar staat volledig in het teken van uitvoeren en toepassen van wat in 2025 is voorbereid.
Cura model
Cura is een e-learning, mede ontwikkeld door O&O en kennisdragers palliatieve zorg over de ondersteuning bij moreel lastige situaties. De kennisdragers palliatieve zorg zijn opgeleid tot CURA ambassadeurs.
Op welke manier heeft dit bijgedragen aan de kwaliteit?
We hebben scholingen gehouden in verschillende wijkteams. Er is vooral behoefte aan het bespreken van casuïstiek. Het afgelopen jaar zijn ook enkele kennisdragers geschoold als CURA ambassadeur. Cura is een model om kort een ethisch dilemma te houden; veelal speelt het dilemma bij een cliënt in de palliatieve fase. Opmeer op dat houden. Samenwerking intensiveren tussen de woonzorg en wijkzorg (deelname kennisquiz palliatieve zorg)
Wat was de grootste uitdaging?
Als kennisdrager palliatieve zorg is het de grootste uitdaging om het werk als kennsidrager palliatieve zorg te combineren met het werken in de wijk. Daarnaast merken we dat er minder vaak een beroep wordt gedaan op een kennisdrager dan wenselijk is. Uit enquêtes/ reacties blijkt dat er een tekort aan kennis aan palliatieve zorg in sommige wijkteams (onbewust onbekwaam). Het grootste nadeel is dat de vraag vanuit de wijkteams zelf moet komen (zelfsturende organisatie). Medewerkers hebben de organisatie verlaten; bijvoorbeeld Els Groenveld als kartrekkers van Cura en Margaret Makaske.
Wat is je het meest bijgebleven?
Cura was zeker succesvol.
Wat is de vooruitblik richting 2026?
Meer bekendheid binnen de organisatie. We hopen dat er meer aandacht is voor palliatieve zorg en vaker een verrot wordt gedaan op de specialistische kennis van de kennisdragers palliatieve zorg. Organiseren van een mini symposium voor aandachtsvelders palliatieve zorg en het actualiseren van Pynter (palliatieve zorg).
Versneld verbinden
Op welke manier heeft dit bijgedragen aan de kwaliteit?
De doelstelling van dit project om zorgprofessionals beter te voorzien in de informatie en wensen rondom zorgverlening van de cliënt. Het zijn 5 usecases (ook wel projecten) die samen deze doelstelling bepalen: • Het 360 graden beeld is een zorgviewer waarin te zien zal zijn hoe de patiëntreis verlopen is bij iedere disciplines die de cliënt tegenkomt. • PZP; Proactieve zorgplanning; de behandelwensen en behandelgrenzen beter in beeld. • RCI: regionaal capaciteitsinzicht; beter beeld van de bedden in de regio. De juiste patiënt op het juiste bed. • Thuismonitoring: zorg transmuraal organiseren met behulp van monitoring. • Diagnostisch portaal: alle (lab)onderzoeken op één plek.
Wat was de grootste uitdaging?
Er werden per usecase droomscanario's geschreven en er is een eerste technische livegang gemaakt voor het 360 graden beeld. Dit houdt in dat er op technisch vlak mogelijkheden zijn/worden gecreëerd om data over de cliënt op een veilige manier te laten stromen. Deze droomscenario's worden nu samen met de huidige situatie vergeleken en aan de hand van de fit gap analyse wordt er een plan gemaakt om van een droom realiteit te maken. Met alle uitdagingen die daarbij komen.
Wat is je het meest bijgebleven?
Moeizaam. Het is veel om zo'n beweging in te zetten maar we zijn gestart en gestaag komen we kleine stukjes verder. Landelijke ontwikkelingen laten op zich wachten wat maakt dat je als regio ook aan zet bent om misschien al eerder stappen te zetten.
Wat is de vooruitblik richting 2026?
Het project zal nog langere tijd doorlopen in 2026 en 2027 en misschien nog wel tot daarna.
Positionering Parkinsonverpleegkundigen
Op welke manier heeft dit bijgedragen aan de kwaliteit?
Dit project gaat over het duidelijk vastleggen van de taken, rol en inzet van Parkinsonverpleegkundigen, zowel binnen als buiten de organisatie. Het gaat om intra en extramuraal en natuurlijk ook met externe samenwerkingspartners, maar daar ligt nu niet de focus op. Door te kijken naar goede voorbeelden, mee te lopen met verschillende teams en te onderzoeken wat cliënten en zorgprofessionals nodig hebben, is een stevige basis gelegd voor de verdere ontwikkeling van Parkinsonzorg binnen ZorgAccent. Het project werkt toe naar een duidelijk functieprofiel, afspraken over scholing, betere samenwerking met andere zorgverleners en een praktisch samenwerkingsmodel. Dit helpt om kennis en expertise beter te borgen en de kwaliteit, samenwerking en continuïteit van de zorg rondom Parkinson verder te verbeteren.
Wat was de grootste uitdaging?
De belangrijkste uitdaging lag in het creëren van een gezamenlijk startpunt met daarbij het creëren van een doelstelling met draagvlak binnen de projectgroep en in afstemming met de visie van ZorgAccent. Het werken vanuit een projectcanvas (overzichtelijke projectplanning) is hierbij helpend geweest.
Wat is je het meest bijgebleven?
Wat opvalt, is de toewijding van de zorgprofessionals in de projectgroep. Zij zetten zich actief in om deze functie binnen ZorgAccent goed te positioneren, zodat de kwaliteit van zorg aan cliënten en bewoners wordt verbeterd. Hiervoor moeten zij verder kijken dan hun eigen belangen en wensen.
Wat is de vooruitblik richting 2026?
De belangrijkste stappen voor 2026 zijn: • afronding oriëntatiefase (t/m april) met best practices, knelpuntenanalyse en behoefteonderzoek, • ontwikkelen van een heldere rol- en taakomschrijving (september), • opleveren van een advies voor formatie, opleidingsplaatsen en positie in de keten. • uitwerken van een samenwerkingsmodel gebaseerd op o.a. CMD-principes, • ontwikkeling van een communicatieplan en interne verankering,
Buurt als ecosysteem
In 2025 heeft het initiatief De buurt als ecosysteem vooral in het teken gestaan van verkenning en afstemming. Hoewel er nog geen formele projectgroep van de grond is gekomen, hebben er meerdere overleggen plaatsgevonden tussen ZorgAccent, Carintreggeland, welzijnsorganisaties en de gemeente. Deze gesprekken waren voornamelijk gericht op het creëren van onderling commitment en het verkennen van de basis voor samenwerking.
Wat is de vooruitblik richting 2026?
In januari 2026 starten we vanuit het project met verkennen samenwerking huisartsen Wierden en het opzetten van een enquête om de behoeften te verkennen van de inwoners om zo te werken naar een buurt als ecosysteem.
Logeerzorg (Twentse Koers)
Op welke manier heeft dit bijgedragen aan de kwaliteit?
Het doel van logeerzorg is om mantelzorgers tijdelijk te ontlasten door de zorg voor hun naaste even over te nemen. Hierdoor krijgen mantelzorgers de ruimte om op adem te komen, terwijl de cliënt in een veilige en professionele omgeving wordt opgevangen. Logeerzorg draagt zo bij aan het vergroten van de kwaliteit van leven voor zowel de cliënt als de mantelzorger. De werkgroep draagt bij aan de professionalisering van logeerzorg als respijtzorg. Door het maken van afspraken over het proces en het versterken van de samenwerking met gemeenten ontstaat er een toegankelijker en eenduidiger aanbod. Ook wordt er een MIA, maatschappelijke impact analyse, uitgevoerd. De MIA onderzoekt wat de werkwijze van logeerzorg oplevert voor inwoners, mantelzorgers, zorgprofessionals, gemeenten en zorgorganisaties.
Wat was de grootste uitdaging?
De grootste uitdaging was de diversiteit tussen gemeenten, met uiteenlopende definities, werkwijzen en financieringsprocessen binnen de Wmo. Dit vroeg om afstemming en harmonisatie.
Wat is je het meest bijgebleven?
De gezamenlijke energie om logeerzorg sterker neer te zetten. Duidelijk is dat logeerzorg een cruciale pijler is voor duurzame mantelzorgondersteuning, waardoor gedrevenheid zichtbaar is bij alle betrokkenen om logeerzorg laagdrempelig mogelijk te maken.
Wat is de vooruitblik richting 2026?
De focus ligt op verdere monitoring via Twentse Koers, verbetering van verwijzing en registratieprocessen en het structureel borgen van een regionale verbetercyclus. Daarnaast zullen in 2026 de uitkomsten van de MIA bekend worden, die een goede onderbouwing kunnen geven voor het organiseren van logeerzorg in Twente.
Zelf zorgen, samen doen
Op welke manier heeft dit bijgedragen aan de kwaliteit?
Al een langere tijd zijn er ontwikkelingen gaande. De zorg die eerder in een verzorgings- of verpleeghuis werd geleverd, gebeurt nu thuis. Een vorm van deze zorg noemen we Samenzorg (eerder bekend als Volledig Pakket Thuis). We zitten dus al middenin de verandering. Toch is nog lang niet iedereen zich ervan bewust. Met de beweging ‘Zelf zorgen, samen doen’ slaan we als Twentse ouderenzorg-organisaties en Zorgkantoor Menzis de handen ineen. We hebben hetzelfde doel: ouderen de zorg en ondersteuning blijven geven die ze nodig hebben. Door zelfstandigheid te stimuleren, maar vooral door het samen te doen. Als hele maatschappij.
Wat was de grootste uitdaging?
De afstemming samen met 10 andere VVT organisaties. Hoe lanceer je een campagne die in belang is van iedere organisatie en waar iedereen achter staat.
Wat is je het meest bijgebleven?
Dat we heel goed in staat zijn om samen te werken binnen de VVT organisaties in Twente.
Wat is de vooruitblik richting 2026?
De campagne loopt nog tot maart 2026 en wordt waarschijnlijk verlengd. Dat kunnen we nog meer burgers/inwoners bereiken. Wellicht kunnen we dan ook 1e lijn- en gemeentes meenemen in de campagne.
Versterking Eerstelijnszorg
Op welke manier heeft dit bijgedragen aan de kwaliteit?
Versterking van de eerstelijnszorg betekent dat de basiszorg, geleverd door huisartsen, wijkverpleging en paramedici samenhangender wordt en toekomstbestendiger wordt ingericht. Door gezamenlijke afspraken over triage, betere samenwerking tussen huisarts, specialist ouderengeneeskunde en paramedici, en door te bouwen aan hechte wijkverbanden ontstaat een robuuste structuur die beter aansluit op de zorgbehoeften van inwoners in Twente. De werkgroep levert hieraan een concrete bijdrage door deze samenwerking te organiseren en te versterken.
Wat was de grootste uitdaging?
De diversiteit aan praktijkvoering en verschillen in verandercapaciteit vormden een uitdaging. Het bereiken van regionale consensus tussen vele betrokken partijen vraagt tijd en zorgvuldig procesmanagement, maar ook lef om klein te starten op plekken waar energie om te pionieren aanwezig is.
Wat is je het meest bijgebleven?
De beweging naar ‘samen doen’ lukt als we aansluiten bij plekken waar energie zit. Als we dat goed benutten kan vlot gestart worden met de eerste experimenten rondom hechte wijkverbanden. Er is bereidheid om domeingrenzen los te laten en samen te werken aan brede eerstelijnsoplossingen.
Vooruitblik 2026:
Belangrijke aandachtspunten zijn leren van experimenten gericht op het door ontwikkelen van hechte wijkverbanden.
Gemeentekringen WMO
Gemeentekring = samenwerkingsverband tussen Dagbesteding, thuisbegeleiding en casemanagers dementie binnen een gemeente.
Op welke manier heeft dit bijgedragen aan de kwaliteit?
Meer intern verbinden, zaken zorgvuldig afstemmen, samen werken beïnvloed op positieve manier de zorg en ondersteuning bij de client. Kortere lijnen.
Wat was de grootste uitdaging?
Om met de verschillende professionals het gezamenlijk doel duidelijk in beeld te krijgen en te houden.
Wat is je het meest bijgebleven?
Het enthousiasme, de samenwerking. Door elkaar beter te leren kennen, te bespreken wat je bezighoudt, zoek je elkaar ook op. Het maakt de samenwerking een stuk eenvoudiger. Hierdoor werden er (andere) afspraken gemaakt mbt de samenwerking tbv de zorgverlening.
Vooruitblik 2026:
Doorgaan en verfijnen. Om vervolgens ook de samenwerking met voorliggende voorzieningen, gemeenten en allerlei andere partijen verder op te pakken. Elkaar weten te vinden e samen op te kunnen werken.
VPT (Volledig Pakket Thuis)
Op welke manier heeft dit bijgedragen aan de kwaliteit?
Meer intern verbinden, zaken zorgvuldig afstemmen, samen werken beïnvloed op positieve manier de zorg en ondersteuning bij de client. Kortere lijnen. Ook werd door de teams ervaren dat door goed aan te sluiten en aandacht te hebben voor welzijn er meer rust ontstaat in soms heel complexe cliëntsituaties. Cliënten voelen zich echt geholpen door een stukje welzijn toe te voegen in de ondersteuningsvraag.
Wat was de grootste uitdaging?
Om met de verschillende professionals het gezamenlijk doel duidelijk in beeld te krijgen en te houden. Elke discipline kijkt vanuit eigen discipline naar het vraagstuk van de cliënt. Het is een uitdaging om van strak taakgericht naar meer en breed ondersteuningsgericht te werken. Het blijkt ook lastig om van praktische aanpak (huishouding, boodschap etc) naar een breder geheel te kijken. Denk aan financiële kaders, overnemen van taken omdat je het ook wel lastig vindt om nee te zeggen.
Wat is je het meest bijgebleven?
Het enthousiasme, de samenwerking. Door elkaar beter te leren kennen, te bespreken wat je bezighoudt, zoek je elkaar ook op. Het maakt de samenwerking een stuk eenvoudiger. Hierdoor werden er (andere) afspraken gemaakt mbt de samenwerking tbv de zorgverlening. Ook werd door de teams ervaren dat door goed aan te sluiten en aandacht te hebben voor welzijn er meer rust ontstaat in soms heel complexe clientsituaties. Cliënten voelen zich echt geholpen door een stukje welzijn toe te voegen in de ondersteuningsvraag.
Vooruitblik 2026:
Doorgaan en verfijnen. Om vervolgens nog meer de samenwerking met voorliggende voorzieningen, gemeenten en allerlei andere partijen verder op te pakken. Elkaar weten te vinden en samen op te kunnen werken. Dit initiatief zou de norm kunnen zijn voor veel ouderen / kwetsbare burgers om langer thuis te kunnen blijven wonen. Of dit financieel en met minder personeel in de toekomst haalbaar is moet blijken. We zien natuurlijk wel de bezuinigingen en personele vergrijzing toenemen.
Feiten & cijfers
ZorgAccent in cijfers
NPS-score (Net Promotor Score)
Wij leveren:
Werkgebied
Huishoudelijke ondersteuning, dagbesteding, thuisbegeleiding, wijkverpleging, casemanagement dementie, woonzorg, specialistisch op gebied van dementie, Korsakov, gerontopsychiatrisch, somatiek, Geriatrische revalidatie en palliatieve en terminale zorg.
Vooruitblik
Waar focussen wij ons op in 2026? Onze collega's blikken vooruit.
"Bovenal zijn we trots op al onze collega’s en vrijwilligers die iedere dag weer klaar staan, 7 x 24 uur, voor alle kwetsbare inwoners van Twente die zorg en/of ondersteuning van ons ontvangen. Jullie verdienen alle lof!"
Interview directeur woonzorg
Interview directeur wijkzorg
Interview met Sander Meijer
Afgelopen jaar zijn er pijlers opgesteld binnen de organisatie. Hoe heb jij hier vanuit jouw positie aan gewerkt? Kun je een concreet voorbeeld geven? Technologie en vernieuwing: Vanuit technologie hebben we het team Beeldzorg verder ontwikkeld. We zijn niet alleen gefocust op subsidie, maar hebben nu ook structureel voor de lange termijn zaken ingeregeld. Maandelijks bedienen we meer dan honderd cliënten en het team is bovendien niet alleen meer actief voor re-integratie, maar bestaat nu ook uit vaste medewerkers. Zo bouwen we echt aan een stabiel team. Daarnaast heeft de zorgtechnologie een nadrukkelijke plek gekregen binnen het assessment, eerst kijken wij of we de zorgvraag kunnen ondersteunen met een hulpmiddel, zorgtechnologie of vanuit het netwerk. Dat maakt dat er een aanzienlijke toename is van de Medido binnen de wijkzorg. Gezonde organisatie: We hebben ons afgelopen jaar ingezet om de organisatie financieel sterker te maken. Het is gelukt om binnen de verschillende onderdelen van de Wijkzorg een positief resultaat te realiseren. De basis op orde: afgelopen jaar zijn we gestart met het inrichten van verplichte trainingen voor zelfsturing, die minimaal één keer in de drie gevolgd moeten worden. Dit is ook een belangrijke pijler voor het komende jaar. Daarnaast hebben we de kennisdragers binnen de Wijkzorg ook een steviger basis gegeven door de kaders van de Kennisdragers aan te scherpen. Samenwerken: We hebben gewerkt aan het versterken van de samenwerking, onder andere binnen WMO-kringen. Verschillende teams, zoals Dagbesteding, Thuisbegeleiding en Casemanagement dementie, zijn met elkaar in gesprek gegaan om te kijken hoe ze de verbinding kunnen vinden om elkaar te kunnen versterken. De kwaliteit op orde: De kwaliteit van de Wijkzorg is op orde, vanuit het project Anders Werken Anders Doen hebben we thema’s opgehaald bij de verschillende teams en de opleidingsadviseurs hebben gericht een aantal trainingen aangeboden. Daarnaast is het RVH beleid doorontwikkeld en verder aangescherpt, waarbij de verantwoordelijk nog dichter bij de medewerker is komen te liggen. Goed werkgeverschap: Er is een project opgestart voor Goed werkgeverschap waarbij verschillende initiatieven hebben verzameld en hebben opgehaald binnen de organisatie. Daarnaast hebben wij een actief beleid waardoor medewerker ze constant kunnen ontwikkelen binnen de organisatie, medewerkers kunnen kennisdrager of aandachtsvelder worden, daarnaast stimuleren wij verschillende niveau verhogende opleidingsvragen, van Verzorgende IG tot wijkverpleegkundigen en van verpleegkundige in de wijk tot casemanager dementie.
De proeftuin in Wierden heeft in 2025 diverse initiatieven opgeleverd. Wat heeft dit betekend voor cliënten, medewerkers en samenwerking met partners? En waren er ook teleurstellingen? De proeftuin in Wierden en het bijbehorende ecosysteem zijn verdeeld tussen Ina en mij. Ik hou mij meer bezig met het project ‘de buurt als ecosysteem’. Dit verliep afgelopen jaar soms wat stroperig. Wel zijn er mooie acties uitgezet en gesprekken gevoerd met de buurt en naasten. Dit jaar gaan we hopelijk de vruchten plukken van alle voorbereidingen en inzet wat wij tot nu toe hebben gedaan. Jaarlijks heb jij een jaargesprek met de teams wijkzorg en woonzorg. Waar ben je trots op en waar worstelen de teams mee als het gaat om kwaliteit van zorg? Ik ben vooral trots op de samenwerking. Teams zetten samen de schouders eronder, ook als het moeilijk is en vinden in moeilijke omstandigheden creatieve en praktische oplossingen. De kwaliteit van zorg en is hoog; teams bewaken dat met elkaar. Wat beter kan, is het tijdig aangaan van gesprekken over of de zorg nog passend is. Daarnaast zou de inleveringsbereidheid iets sterker kunnen, een belangrijke bouwsteen van een zelfsturend team: over de eigen werkzaamheden heen kijken en nadenken over wat écht helpend is. De verbinding tussen wijk- en woonzorg is een terugkerend thema. Is het gelukt om deze verbinding te versterken? We werken op veel gebieden samen en steeds intensiever, vooral als er wisselingen zijn in diensten tussen woon- en wijkzorg. Er is ook steeds meer onderlinge samenwerking mogelijk. Zo zijn er 10 aanvragen geweest vanuit de Thuisbegeleiding en de casemanagers Dementie om na inhuizen toch nog korte tijd betrokken te blijven bij de client zodat de er een zachte landing en of warme overdracht ontstaat. Toch blijven er verschillen bestaan tussen de Wijkzorg en Woonzorg en dat is prima, omdat ze op een aantal aspecten fundamenteel anders georganiseerd zijn. In 2024 werd door Turner een scan uitgevoerd binnen ZorgAccent. Hieruit kwamen positieve indrukken, maar ook een aantal suggesties om de slagkracht te versterken. Onder andere in het aanbrengen van focus van werkgroepen. Hoe heb je hier afgelopen jaar aan gewerkt? Nu Aline weg is, kijken we kritischer naar externe werkzaamheden en werkgroepen. We maken bewust keuzes: is het nodig om altijd vooraan te staan, of is het soms beter om wat meer op de achtergrond te blijven? Er komt meer structuur in de werkgroepen, mede door de inzet van Kristel en de adviseurs bedrijfsprocessen. Ook de afdeling opleiding speelt hierin een rol. We doen niet aan alles mee, maar kijken wel naar relevante subsidies. Waar ben je trots op als je terugkijkt op 2025? Ik ben trots op het vertrouwen in de organisatie en de medewerkers. Dat is niet alleen de visie van de organisatie, maar ik heb dat afgelopen jaar ook echt ervaren. Ik heb gezien in teams dat zij heel hard werken om de kwaliteit van zorg- en dienstverlening hoog te houden. Vooral de creativiteit om tot passende oplossingen te komen en het doorzettingsvermogen van de teams is echt bewonderingswaardig en dat alles in het belang van de cliënten en haar of zijn netwerk. Wat heb je persoonlijk geleerd als bestuurder afgelopen jaar? Vertrouwen in de organisatie en de medewerkers is iets wat ik nog sterker heb ontwikkeld. Het is een groei die aansluit bij onze visie en bij mij als persoon. Zelfsturing werkt op basis van vertrouwen, het nemen van gezamenlijke verantwoordelijk en gaat uit van het vakmanschap van iedere individuele medewerker. Wij doen het gewoon echt goed met elkaar! Welke signalen en ontwikkelingen uit het afgelopen jaar worden meegenomen naar 2026? Dit jaar worden alle wijkverpleging teams getraind in het zorgproces: evalueren en bepalen hoe en wanneer we het gesprek aangaan over of de zorg nog passend is. Ook de training voor zelfsturing blijft een belangrijk aandachtspunt.
interview afdeling opleiding woonzorg
Wat houden jullie werkzaamheden in en hoe ondersteunen jullie teams? Onze werkzaamheden zijn voornamelijk vraaggericht; teams komen met specifieke vragen en wij beoordelen of opleiding een passende oplossing is. Wij ondersteunen door samen te kijken wat nodig is, individueel of als team. We zijn druk geweest met de verplichte onderdelen zoals BHV, RVH, doelgroepen training en fysieke belasting en daarnaast de overige scholing op basis van behoefte. We bieden advies, begeleiden trajecten en faciliteren trainingen. Hoe ontvangen jullie signalen over leervragen vanuit woonzorgteams? Signalen komen meestal direct vanuit de teams, soms via coaches of andere disciplines zoals ergotherapie. Teams nemen zelf contact op of worden door coaches doorverwezen. Ook ondersteunende diensten kunnen initiatieven aandragen wanneer zij knelpunten signaleren. Hoe hebben jullie het afgelopen jaar ervaren? Het afgelopen jaar was druk en chaotisch, mede door personele wisselingen, ziekte en verlof. We hebben vooral ad hoc en aansluitend op actuele vragen gewerkt. Wat waren de belangrijkste leervragen van teams afgelopen jaar? De belangrijkste thema’s waren onbegrepen gedrag, agressie, teamontwikkeling, gespreksvoering en vakinhoudelijke handelingen. Daarnaast waren er individuele scholingsvragen, zoals voor Parkinsonverpleegkundigen en palliatieve zorg. Wat waren de belangrijkste ontwikkelingen? De training voor RVH-coach is vernieuwd, met meer samenwerking tussen wijk en woonzorg. BHV-trainingen zijn efficiënter ingericht. Er is een nieuwe in company-opleiding palliatieve zorg gestart die erg goed loopt. Storytelling wordt ingezet voor de training rondom omgevingszorg om zo leren aantrekkelijker te maken. In hoeverre is het gelukt om wijkzorg en woonzorg beter te verbinden afgelopen jaar? Er zijn stappen gezet, bijvoorbeeld door gezamenlijke trainingen voor RVH-coaches, waarbij kennis en ervaringen uit zowel wijk- als woonzorg worden gedeeld. We merken dat omstandigheden en materialen soms verschillen, wat maakt dat je verder kijkt en je bewuster bent van andere omstandigheden. Dat is heel waardevol. Wat maakt jullie trots als jullie terugkijken op 2025? Trots zijn we op de opzet en groei van de opleiding palliatieve zorg, de teamontwikkelingen die zijn gerealiseerd, de individuele scholingsvragen die we hebben kunnen ondersteunen en de voortgang bij omgevingszorg. Medewerkers zijn tevreden met onze ondersteuning. Wat zijn de prioriteiten voor het komende tijd binnen woonzorg? We zien dat de samenwerking tussen disciplines en temas beter kan. De vraag is hoe ze elkaar kunnen ondersteunen. Wat we graag mee willen geven: Kijk en luisteren heel veel kijken en luisteren naar elkaar! Daarnaast wordt het de komende jaren steeds belangrijker om oplossingen te vinden voor personeelstekorten. Er zullen beslissingen moeten worden genomen over waar bepaalde functies het beste kunnen worden ingezet en hoe we daarmee omgaan. Daarnaast denken we ook dat het belangrijk is dat er meer wordt geborgd binnen de organisatie. We doen spontaan hel veel en heel snel, maar evalueren en checken kan beter.
Interview – Angeliek Pijffers - Ondernemingsraad (OR)
Hoe lang maak je al deel uit van de ondernemingsraad, en waarom heb je hiervoor gekozen? Ik zit nu ongeveer drie tot drieënhalf jaar in de ondernemingsraad. De reden dat ik hiervoor gekozen heb, is dat ik het belangrijk vind dat signalen vanaf de werkvloer goed worden opgehaald. Ik wil bijdragen aan een sterke vertegenwoordiging van medewerkers richting het panoramateam en bestuurders. Het voelt voor mij echt als een rol waarbij je de brug vormt tussen medewerkers en beleid. Kun je ons meenemen in de rol van de ondernemingsraad? En hoe horen jullie de geluiden van jullie achterban? De OR staat in de kern voor de belangen van medewerkers. Natuurlijk raakt dat ook aan kwaliteit van zorg, want goede zorg begint bij medewerkers die zich gehoord en gesteund voelen. Wij proberen een zo breed mogelijke vertegenwoordiging te hebben vanuit verschillende doelgroepen. We horen onze achterban op verschillende manieren: • Door dagelijks onze “voelsprieten” op de werkvloer open te houden. • Via signalen die we opvangen uit teams, vakgroepen en doelgroepen. • Medewerkers benaderen ons zelf regelmatig met vragen of knelpunten vanuit een team of afdeling. • Door zichtbaarheid op bijeenkomsten, zoals het Congestival en zeepkistbijeenkomsten. • Daarnaast communiceren we via het intranet en nieuwsflitsen, zodat medewerkers weten dat ze ons kunnen bereiken. • We nemen deel aan diverse werkgroepen, wat ook een belangrijke plek is om input op te halen. Voelen jullie voldoende ruimte om deze stem te laten horen binnen de organisatie? Ja, absoluut. We voelen ons echt gehoord en serieus genomen. Bestuurders betrekken ons laagdrempelig bij nieuwe ontwikkelingen en nodigen ons uit om mee te denken. We krijgen terugkoppeling op onze adviezen en zien dat onze signalen worden meegenomen in besluitvorming. Kun je een moment noemen waarop jullie je écht gehoord voelden? Een mooi voorbeeld is de gezamenlijke bijeenkomst met de cliëntenraad en de Raad van Toezicht over palliatieve zorg. Daar hadden we waardevolle uitwisseling en ontstonden spontaan nieuwe initiatieven doordat meer medewerkers en betrokkenen hun interesse uitspraken. Ook onze deelname aan werkgroepen, zoals rond duurzaamheid of verzuim, laat zien dat onze stem daadwerkelijk invloed heeft. Daarnaast waarderen we de open houding van bestuurders: ze praten ons tijdig bij en nemen onze input serieus. Wat maakt jullie trots als jullie terugkijken op 2025? We hebben een mooie vernieuwing in de OR doorgemaakt. Er gingen enkele leden weg omdat hun termijn afliep, maar er kwam ook nieuwe aanwas bij. Daarnaast kijken we met trots terug op de gezamenlijke bijeenkomst over palliatieve zorg, waar veel betrokkenheid ontstond en mooie vervolgstappen uit voortkwamen. Waar liepen jullie afgelopen jaar tegenaan? Of wat liep minder goed dan gewenst? Wat we lastig vinden, is dat evaluatiemomenten niet altijd geborgd zijn in de organisatie. Als er nieuwe initiatieven worden ingezet, wordt er niet altijd systematisch geëvalueerd of het werkt of moet worden bijgestuurd. Daarnaast was communicatie richting medewerkers eerdere jaren een aandachtspunt. Gelukkig zien we dat dit het afgelopen jaar flink is verbeterd. Medewerkers worden vaker tijdig meegenomen in ontwikkelingen, bijvoorbeeld bij incidenten of verbouwingen. Welke ontwikkelingen, veranderingen of onderwerpen vindt de OR belangrijk voor de komende periode? We willen vooral inzetten op het welzijn en de veiligheid van medewerkers. Het arbo-thema wordt een belangrijk speerpunt: hoe zorgen we voor veilige omstandigheden, bijvoorbeeld bij agressie, dieren in de thuissituatie, of extreme weersomstandigheden? Ook willen we blijven kijken naar verzuim en hoe we medewerkers duurzaam inzetbaar houden, zeker met de stijgende zorgvraag. Daarnaast blijven we actief betrokken bij werkgroepen en blijven we zowel gevraagd als ongevraagd advies geven.
Interview - Diane Hofman (Cliëntenraad)
Hoe lang maak je al deel uit van de cliëntenraad? “Ongeveer een jaar. Ik ben erin gekomen toen mijn moeder werd opgenomen en ik graag iets wilde betekenen.” Wat is de rol van de cliëntenraad en van vertegenwoordigers? Hoe horen jullie de achterban? “De cliëntenraad behartigt de algemene belangen van cliënten. Ik ben als cliëntenraadslid de vertegenwoordiger van locatie het Stadskwartier. Op elke afdeling binnen het Stadskwartier (en andere zorglocaties) zit een vertegenwoordiger van de afdeling. Deze leggen hun signalen en vragen bij de locatievertegenwoordiger. We horen veel signalen via zeepkistenbijeenkomsten. Dat zijn laagdrempelige momenten waarop bewoners en naasten veel delen. Daarnaast krijgen we signalen via medewerkers en familie.” Hoe hebben jullie afgelopen jaar meegedacht over kwaliteit van zorg? “We doen mee in werkgroepen zoals technologie, palliatieve zorg en Samen Doen. Soms worden we uitgenodigd, soms sluiten we zelf aan. “Een voorbeeld: we kregen veel vragen over een bepaald onderwerp vanuit medewerkers. Samen met verpleegkundig specialisten hebben we dat opgepakt. Uiteindelijk is er actie ondernomen en dat voelde voor ons echt als samenwerken aan kwaliteit.” Voelen jullie voldoende ruimte om de stem van de cliënt te laten horen? “Ja. Er wordt naar ons geluisterd. Ina en Sander nemen de tijd en we krijgen altijd terugkoppeling.” Wanneer voelde jij je écht gehoord als cliëntenraadslid? “Toen er vragen leefden op een afdeling en de organisatie direct met ons en specialisten aanschoof. Er werd actie ondernomen; dat voelde heel serieus.” Hoe ervaren cliënten en naasten het ‘Samen Doen’? “Het is nog nieuw, voor iedereen. Sommige naasten willen best helpen, maar voelen onzekerheid. Andere naasten weten niet wat er van hen verwacht wordt. Wat heel belangrijk is: begin er al bij de intake over. Dan weten families vanaf het begin dat ze onderdeel zijn van het geheel.” Waar zijn jullie trots op als jullie terugkijken op 2025? “Dat we aan tafel zitten, meepraten en dat onze inbreng serieus wordt genomen.” Waar liepen jullie tegenaan? “Ik was in het begin nog zoekende. Ook is het lastig om genoeg vertegenwoordigers te vinden van de afdelingen op locaties.” Wat is belangrijk voor de komende periode? “Samen Doen moet echt verder groeien. Dat is de toekomst. Daarnaast blijven thema’s zoals medicatie, personele problemen en ondersteuning van medewerkers belangrijk. En vooral: duidelijk vanaf het begin uitleggen wat familieparticipatie inhoudt, zodat naasten weten wat er wordt verwacht."
Interview met Ina Kerkdijk
Hoe heb je afgelopen jaar vanuit jouw positie gewerkt aan de pijlers, en kun je een voorbeeld geven? Binnen de woonzorg krijgt de samenwerking ‘het samen doen’, steeds meer vorm. De samenwerking tussen locaties is verbeterd. Teams zochten elkaar onderling vaker. Ze gingen samen puzzelen, diensten afstemmen en elkaar ontlasten waar nodig: Hoe kunnen we er nou voor zorgen dat we de kwaliteit van zorg zo goed mogelijk leveren met de beschikbare middelen die we hebben? Ook op goed werkgeverschap is ingezet: de vernieuwde ‘werken-bij’ pagina sluit aan bij jongeren, het AFAS-project optimaliseerde het sollicitatieproces, en introductiebijeenkomsten plus actieve communicatie zorgen dat nieuwe medewerkers zich welkom voelen en snel kennis maken met onze visie op zelfsturing en vertrouwen. Wat leverde de proeftuin Wierden op voor cliënten, medewerkers en partners, en wat viel tegen? Wat tegenviel, was vooral het landelijke proces. Discussies over doelstellingen, financiering en landelijke samenwerking liepen stroperig. Daardoor stokte de energie en bleef de impact beperkter dan we hadden gehoopt.
De werkgroep rondom samenwerking tussen woon- en wijkzorg bleef wel doorwerken. Een concreet voorbeeld is dat casemanagers dementie vaker betrokken blijven tijdens de overgang van thuis naar een woonzorglocatie, ondanks de dubbele financiering. Voor cliënten is dat een enorme steun: er blijft even iemand naast hen staan in een kwetsbare periode. Als verbeterslag, zou het waardevol zijn als de initiatieven uit deze werkgroep ook in andere delen van de organisatie opgepakt worden. Wat gaat goed in de teams en waar worstelen zij mee op het gebied van kwaliteit? Wat ik overal terugzag, was inzet. Ongelooflijk veel inzet. Medewerkers zetten zich met hart en ziel in, zelfs wanneer roosters onder druk staan of collega’s uitvallen. Ze denken creatief mee, zoeken samenwerking met familie en maken eigen jaarplannen. Dat maakt me echt trots. Maar er zijn ook worstelingen rondom zorgzwaarte onbegrepen gedrag of agressie van cliënten. Dat vraagt veel van medewerkers. Dit jaar zal daarom de belevingsgerichte trainingen worden opgezet, zodat medewerkers meer handvatten krijgen. Dat is geen luxe maar noodzaak geworden. Daarbij zie ik ook dat medewerkers echt wel mee bewegen in situaties, zoals bij het project Vrijheid en Veiligheid. Door met elkaar af te stemmen rond cliënten en afdelingen, lukt het om samen sterker te staan – goede zorg doe je echt niet alleen. Samenwerken met andere teams en behandelaars is steeds belangrijker. Daar blijft veel aandacht voor nodig. Afgelopen kwaliteitsbeeld werd het verbeterpunt genoemd: de overdaad aan werkgroepen. Hoe ben je hier afgelopen jaar mee omgegaan? Dat hebben we nog steeds. We hebben kritisch gekeken naar lopende initiatieven en sommige projectgroepen ook echt afgesloten. Tegelijk komen er, mede door regionale samenwerking, steeds weer nieuwe groepen bij. Intern kunnen we nog scherper zijn: wat levert een werkgroep op, voor wie doen we het en kan het kleiner of korter? In de regio zie ik nog veel overlap, wat we op Twents niveau moeten bespreken. Binnenkort, tijdens de Panoramadag, formuleren we ook onze speerpunten en hoort dit thema daar zeker bij. Waar ben je trots op als je terugkijkt naar 2025? Ik ben ontzettend trots op onze medewerkers die zich dag in, dag uit met volle toewijding inzetten voor onze bewoners. Dat mag eigenlijk nooit genoeg benadrukt worden. Iedereen probeert er elke dag opnieuw een feestje van te maken, en juist dat vind ik het meest waardevol. Tevreden medewerkers stralen dat ook uit naar de bewoners; hun betrokkenheid en werkplezier weerspiegelen zich direct in het welzijn van onze bewoners. Wat heb je persoonlijk geleerd in 2025? 2025 kende moeilijke en gevoelige situaties. Dat vroeg om zorgvuldig handelen, ethische keuzes maken en het goed meenemen van medewerkers. Ik heb geleerd dat vertrouwen geven, goed uitleggen en transparant communiceren essentieel zijn. Wat me raakte: medewerkers gingen heel zorgvuldig om met informatie, zonder dat ik ooit iets heb hoeven verbieden. Dat zegt iets over wie we zijn als organisatie en over onze besturingsfilosofie: werken op basis van wederzijds vertrouwen. Waar wil je je in 2026 op richten en hoe neem je medewerkers mee? Ik zie dat de basis van onze ondersteunende afdelingen nog niet overal op orde is. Denk aan ICT, het AFAS-project, de nieuwe werkplekken, de website en het Accentplein. Er zijn veel losse eindjes die medewerkers hinderen in hun dagelijkse werk. Dat moet echt opgelost worden in 2026.
De stem van de cliënt
Op verschillende woonzorglocaties zijn er in het voorjaar en najaar van 2025 bijeenkomsten georganiseerd waar cliëntenvertegenwoordigers, zorgprofessionals, coaches en leden van de cliëntenraad met elkaar in gesprek gingen. Deze bijeenkomsten hebben onder andere gezorgd voor nieuwe cliëntenvertegenwoordigers én voor meer duidelijkheid over hun rol binnen de locaties. Doordat zij vaker zichtbaar zijn en het gesprek actief opzoeken, worden zij steeds beter herkend als gelijkwaardige gesprekspartner. Ze vormen een belangrijke schakel tussen cliënten, naasten, vrijwilligers, zorgteams en de cliëntenraad. Dit sluit mooi aan bij de thema’s participatie, zeggenschap en samen doen die binnen onze zorg belangrijk zijn. De locatiebijeenkomsten laten bovendien heel concreet zien hoe we samen werken aan betrokkenheid, medezeggenschap en het versterken van het dagelijks leven en welzijn van cliënten.
Interview met Ina Kerkdijk
Hoe heb je afgelopen jaar vanuit jouw positie gewerkt aan de pijlers, en kun je een voorbeeld geven? Binnen de woonzorg krijgt de samenwerking ‘het samen doen’, steeds meer vorm. De samenwerking tussen locaties is verbeterd. Teams zochten elkaar onderling vaker. Ze gingen samen puzzelen, diensten afstemmen en elkaar ontlasten waar nodig: Hoe kunnen we er nou voor zorgen dat we de kwaliteit van zorg zo goed mogelijk leveren met de beschikbare middelen die we hebben? Ook op goed werkgeverschap is ingezet: de vernieuwde ‘werken-bij’ pagina sluit aan bij jongeren, het AFAS-project optimaliseerde het sollicitatieproces, en introductiebijeenkomsten plus actieve communicatie zorgen dat nieuwe medewerkers zich welkom voelen en snel kennis maken met onze visie op zelfsturing en vertrouwen. Wat leverde de proeftuin Wierden op voor cliënten, medewerkers en partners, en wat viel tegen? Wat tegenviel, was vooral het landelijke proces. Discussies over doelstellingen, financiering en landelijke samenwerking liepen stroperig. Daardoor stokte de energie en bleef de impact beperkter dan we hadden gehoopt.
De werkgroep rondom samenwerking tussen woon- en wijkzorg bleef wel doorwerken. Een concreet voorbeeld is dat casemanagers dementie vaker betrokken blijven tijdens de overgang van thuis naar een woonzorglocatie, ondanks de dubbele financiering. Voor cliënten is dat een enorme steun: er blijft even iemand naast hen staan in een kwetsbare periode. Als verbeterslag, zou het waardevol zijn als de initiatieven uit deze werkgroep ook in andere delen van de organisatie opgepakt worden. Wat gaat goed in de teams en waar worstelen zij mee op het gebied van kwaliteit? Wat ik overal terugzag, was inzet. Ongelooflijk veel inzet. Medewerkers zetten zich met hart en ziel in, zelfs wanneer roosters onder druk staan of collega’s uitvallen. Ze denken creatief mee, zoeken samenwerking met familie en maken eigen jaarplannen. Dat maakt me echt trots. Maar er zijn ook worstelingen rondom zorgzwaarte onbegrepen gedrag of agressie van cliënten. Dat vraagt veel van medewerkers. Dit jaar zal daarom de belevingsgerichte trainingen worden opgezet, zodat medewerkers meer handvatten krijgen. Dat is geen luxe maar noodzaak geworden. Daarbij zie ik ook dat medewerkers echt wel mee bewegen in situaties, zoals bij het project Vrijheid en Veiligheid. Door met elkaar af te stemmen rond cliënten en afdelingen, lukt het om samen sterker te staan – goede zorg doe je echt niet alleen. Samenwerken met andere teams en behandelaars is steeds belangrijker. Daar blijft veel aandacht voor nodig. Afgelopen kwaliteitsbeeld werd het verbeterpunt genoemd: de overdaad aan werkgroepen. Hoe ben je hier afgelopen jaar mee omgegaan? Dat hebben we nog steeds. We hebben kritisch gekeken naar lopende initiatieven en sommige projectgroepen ook echt afgesloten. Tegelijk komen er, mede door regionale samenwerking, steeds weer nieuwe groepen bij. Intern kunnen we nog scherper zijn: wat levert een werkgroep op, voor wie doen we het en kan het kleiner of korter? In de regio zie ik nog veel overlap, wat we op Twents niveau moeten bespreken. Binnenkort, tijdens de Panoramadag, formuleren we ook onze speerpunten en hoort dit thema daar zeker bij. Waar ben je trots op als je terugkijkt naar 2025? Ik ben ontzettend trots op onze medewerkers die zich dag in, dag uit met volle toewijding inzetten voor onze bewoners. Dat mag eigenlijk nooit genoeg benadrukt worden. Iedereen probeert er elke dag opnieuw een feestje van te maken, en juist dat vind ik het meest waardevol. Tevreden medewerkers stralen dat ook uit naar de bewoners; hun betrokkenheid en werkplezier weerspiegelen zich direct in het welzijn van onze bewoners. Wat heb je persoonlijk geleerd in 2025? 2025 kende moeilijke en gevoelige situaties. Dat vroeg om zorgvuldig handelen, ethische keuzes maken en het goed meenemen van medewerkers. Ik heb geleerd dat vertrouwen geven, goed uitleggen en transparant communiceren essentieel zijn. Wat me raakte: medewerkers gingen heel zorgvuldig om met informatie, zonder dat ik ooit iets heb hoeven verbieden. Dat zegt iets over wie we zijn als organisatie en over onze besturingsfilosofie: werken op basis van wederzijds vertrouwen. Waar wil je je in 2026 op richten en hoe neem je medewerkers mee? Ik zie dat de basis van onze ondersteunende afdelingen nog niet overal op orde is. Denk aan ICT, het AFAS-project, de nieuwe werkplekken, de website en het Accentplein. Er zijn veel losse eindjes die medewerkers hinderen in hun dagelijkse werk. Dat moet echt opgelost worden in 2026.
Interview met Sander Meijer
Afgelopen jaar zijn er pijlers opgesteld binnen de organisatie. Hoe heb jij hier vanuit jouw positie aan gewerkt? Kun je een concreet voorbeeld geven? Technologie en vernieuwing: Vanuit technologie hebben we het team Beeldzorg verder ontwikkeld. We zijn niet alleen gefocust op subsidie, maar hebben nu ook structureel voor de lange termijn zaken ingeregeld. Maandelijks bedienen we meer dan honderd cliënten en het team is bovendien niet alleen meer actief voor re-integratie, maar bestaat nu ook uit vaste medewerkers. Zo bouwen we echt aan een stabiel team. Daarnaast heeft de zorgtechnologie een nadrukkelijke plek gekregen binnen het assessment, eerst kijken wij of we de zorgvraag kunnen ondersteunen met een hulpmiddel, zorgtechnologie of vanuit het netwerk. Dat maakt dat er een aanzienlijke toename is van de Medido binnen de wijkzorg. Gezonde organisatie: We hebben ons afgelopen jaar ingezet om de organisatie financieel sterker te maken. Het is gelukt om binnen de verschillende onderdelen van de Wijkzorg een positief resultaat te realiseren. De basis op orde: afgelopen jaar zijn we gestart met het inrichten van verplichte trainingen voor zelfsturing, die minimaal één keer in de drie gevolgd moeten worden. Dit is ook een belangrijke pijler voor het komende jaar. Daarnaast hebben we de kennisdragers binnen de Wijkzorg ook een steviger basis gegeven door de kaders van de Kennisdragers aan te scherpen. Samenwerken: We hebben gewerkt aan het versterken van de samenwerking, onder andere binnen WMO-kringen. Verschillende teams, zoals Dagbesteding, Thuisbegeleiding en Casemanagement dementie, zijn met elkaar in gesprek gegaan om te kijken hoe ze de verbinding kunnen vinden om elkaar te kunnen versterken. De kwaliteit op orde: De kwaliteit van de Wijkzorg is op orde, vanuit het project Anders Werken Anders Doen hebben we thema’s opgehaald bij de verschillende teams en de opleidingsadviseurs hebben gericht een aantal trainingen aangeboden. Daarnaast is het RVH beleid doorontwikkeld en verder aangescherpt, waarbij de verantwoordelijk nog dichter bij de medewerker is komen te liggen. Goed werkgeverschap: Er is een project opgestart voor Goed werkgeverschap waarbij verschillende initiatieven hebben verzameld en hebben opgehaald binnen de organisatie. Daarnaast hebben wij een actief beleid waardoor medewerker ze constant kunnen ontwikkelen binnen de organisatie, medewerkers kunnen kennisdrager of aandachtsvelder worden, daarnaast stimuleren wij verschillende niveau verhogende opleidingsvragen, van Verzorgende IG tot wijkverpleegkundigen en van verpleegkundige in de wijk tot casemanager dementie.
De proeftuin in Wierden heeft in 2025 diverse initiatieven opgeleverd. Wat heeft dit betekend voor cliënten, medewerkers en samenwerking met partners? En waren er ook teleurstellingen? De proeftuin in Wierden en het bijbehorende ecosysteem zijn verdeeld tussen Ina en mij. Ik hou mij meer bezig met het project ‘de buurt als ecosysteem’. Dit verliep afgelopen jaar soms wat stroperig. Wel zijn er mooie acties uitgezet en gesprekken gevoerd met de buurt en naasten. Dit jaar gaan we hopelijk de vruchten plukken van alle voorbereidingen en inzet wat wij tot nu toe hebben gedaan. Jaarlijks heb jij een jaargesprek met de teams wijkzorg en woonzorg. Waar ben je trots op en waar worstelen de teams mee als het gaat om kwaliteit van zorg? Ik ben vooral trots op de samenwerking. Teams zetten samen de schouders eronder, ook als het moeilijk is en vinden in moeilijke omstandigheden creatieve en praktische oplossingen. De kwaliteit van zorg en is hoog; teams bewaken dat met elkaar. Wat beter kan, is het tijdig aangaan van gesprekken over of de zorg nog passend is. Daarnaast zou de inleveringsbereidheid iets sterker kunnen, een belangrijke bouwsteen van een zelfsturend team: over de eigen werkzaamheden heen kijken en nadenken over wat écht helpend is. De verbinding tussen wijk- en woonzorg is een terugkerend thema. Is het gelukt om deze verbinding te versterken? We werken op veel gebieden samen en steeds intensiever, vooral als er wisselingen zijn in diensten tussen woon- en wijkzorg. Er is ook steeds meer onderlinge samenwerking mogelijk. Zo zijn er 10 aanvragen geweest vanuit de Thuisbegeleiding en de casemanagers Dementie om na inhuizen toch nog korte tijd betrokken te blijven bij de client zodat de er een zachte landing en of warme overdracht ontstaat. Toch blijven er verschillen bestaan tussen de Wijkzorg en Woonzorg en dat is prima, omdat ze op een aantal aspecten fundamenteel anders georganiseerd zijn. In 2024 werd door Turner een scan uitgevoerd binnen ZorgAccent. Hieruit kwamen positieve indrukken, maar ook een aantal suggesties om de slagkracht te versterken. Onder andere in het aanbrengen van focus van werkgroepen. Hoe heb je hier afgelopen jaar aan gewerkt? Nu Aline weg is, kijken we kritischer naar externe werkzaamheden en werkgroepen. We maken bewust keuzes: is het nodig om altijd vooraan te staan, of is het soms beter om wat meer op de achtergrond te blijven? Er komt meer structuur in de werkgroepen, mede door de inzet van Kristel en de adviseurs bedrijfsprocessen. Ook de afdeling opleiding speelt hierin een rol. We doen niet aan alles mee, maar kijken wel naar relevante subsidies. Waar ben je trots op als je terugkijkt op 2025? Ik ben trots op het vertrouwen in de organisatie en de medewerkers. Dat is niet alleen de visie van de organisatie, maar ik heb dat afgelopen jaar ook echt ervaren. Ik heb gezien in teams dat zij heel hard werken om de kwaliteit van zorg- en dienstverlening hoog te houden. Vooral de creativiteit om tot passende oplossingen te komen en het doorzettingsvermogen van de teams is echt bewonderingswaardig en dat alles in het belang van de cliënten en haar of zijn netwerk. Wat heb je persoonlijk geleerd als bestuurder afgelopen jaar? Vertrouwen in de organisatie en de medewerkers is iets wat ik nog sterker heb ontwikkeld. Het is een groei die aansluit bij onze visie en bij mij als persoon. Zelfsturing werkt op basis van vertrouwen, het nemen van gezamenlijke verantwoordelijk en gaat uit van het vakmanschap van iedere individuele medewerker. Wij doen het gewoon echt goed met elkaar! Welke signalen en ontwikkelingen uit het afgelopen jaar worden meegenomen naar 2026? Dit jaar worden alle wijkverpleging teams getraind in het zorgproces: evalueren en bepalen hoe en wanneer we het gesprek aangaan over of de zorg nog passend is. Ook de training voor zelfsturing blijft een belangrijk aandachtspunt.
Interview met Sander Meijer
Afgelopen jaar zijn er pijlers opgesteld binnen de organisatie. Hoe heb jij hier vanuit jouw positie aan gewerkt? Kun je een concreet voorbeeld geven? Technologie en vernieuwing: Vanuit technologie hebben we het team Beeldzorg verder ontwikkeld. We zijn niet alleen gefocust op subsidie, maar hebben nu ook structureel voor de lange termijn zaken ingeregeld. Maandelijks bedienen we meer dan honderd cliënten en het team is bovendien niet alleen meer actief voor re-integratie, maar bestaat nu ook uit vaste medewerkers. Zo bouwen we echt aan een stabiel team. Daarnaast heeft de zorgtechnologie een nadrukkelijke plek gekregen binnen het assessment, eerst kijken wij of we de zorgvraag kunnen ondersteunen met een hulpmiddel, zorgtechnologie of vanuit het netwerk. Dat maakt dat er een aanzienlijke toename is van de Medido binnen de wijkzorg. Gezonde organisatie: We hebben ons afgelopen jaar ingezet om de organisatie financieel sterker te maken. Het is gelukt om binnen de verschillende onderdelen van de Wijkzorg een positief resultaat te realiseren. De basis op orde: afgelopen jaar zijn we gestart met het inrichten van verplichte trainingen voor zelfsturing, die minimaal één keer in de drie gevolgd moeten worden. Dit is ook een belangrijke pijler voor het komende jaar. Daarnaast hebben we de kennisdragers binnen de Wijkzorg ook een steviger basis gegeven door de kaders van de Kennisdragers aan te scherpen. Samenwerken: We hebben gewerkt aan het versterken van de samenwerking, onder andere binnen WMO-kringen. Verschillende teams, zoals Dagbesteding, Thuisbegeleiding en Casemanagement dementie, zijn met elkaar in gesprek gegaan om te kijken hoe ze de verbinding kunnen vinden om elkaar te kunnen versterken. De kwaliteit op orde: De kwaliteit van de Wijkzorg is op orde, vanuit het project Anders Werken Anders Doen hebben we thema’s opgehaald bij de verschillende teams en de opleidingsadviseurs hebben gericht een aantal trainingen aangeboden. Daarnaast is het RVH beleid doorontwikkeld en verder aangescherpt, waarbij de verantwoordelijk nog dichter bij de medewerker is komen te liggen. Goed werkgeverschap: Er is een project opgestart voor Goed werkgeverschap waarbij verschillende initiatieven hebben verzameld en hebben opgehaald binnen de organisatie. Daarnaast hebben wij een actief beleid waardoor medewerker ze constant kunnen ontwikkelen binnen de organisatie, medewerkers kunnen kennisdrager of aandachtsvelder worden, daarnaast stimuleren wij verschillende niveau verhogende opleidingsvragen, van Verzorgende IG tot wijkverpleegkundigen en van verpleegkundige in de wijk tot casemanager dementie.
De proeftuin in Wierden heeft in 2025 diverse initiatieven opgeleverd. Wat heeft dit betekend voor cliënten, medewerkers en samenwerking met partners? En waren er ook teleurstellingen? De proeftuin in Wierden en het bijbehorende ecosysteem zijn verdeeld tussen Ina en mij. Ik hou mij meer bezig met het project ‘de buurt als ecosysteem’. Dit verliep afgelopen jaar soms wat stroperig. Wel zijn er mooie acties uitgezet en gesprekken gevoerd met de buurt en naasten. Dit jaar gaan we hopelijk de vruchten plukken van alle voorbereidingen en inzet wat wij tot nu toe hebben gedaan. Jaarlijks heb jij een jaargesprek met de teams wijkzorg en woonzorg. Waar ben je trots op en waar worstelen de teams mee als het gaat om kwaliteit van zorg? Ik ben vooral trots op de samenwerking. Teams zetten samen de schouders eronder, ook als het moeilijk is en vinden in moeilijke omstandigheden creatieve en praktische oplossingen. De kwaliteit van zorg en is hoog; teams bewaken dat met elkaar. Wat beter kan, is het tijdig aangaan van gesprekken over of de zorg nog passend is. Daarnaast zou de inleveringsbereidheid iets sterker kunnen, een belangrijke bouwsteen van een zelfsturend team: over de eigen werkzaamheden heen kijken en nadenken over wat écht helpend is. De verbinding tussen wijk- en woonzorg is een terugkerend thema. Is het gelukt om deze verbinding te versterken? We werken op veel gebieden samen en steeds intensiever, vooral als er wisselingen zijn in diensten tussen woon- en wijkzorg. Er is ook steeds meer onderlinge samenwerking mogelijk. Zo zijn er 10 aanvragen geweest vanuit de Thuisbegeleiding en de casemanagers Dementie om na inhuizen toch nog korte tijd betrokken te blijven bij de client zodat de er een zachte landing en of warme overdracht ontstaat. Toch blijven er verschillen bestaan tussen de Wijkzorg en Woonzorg en dat is prima, omdat ze op een aantal aspecten fundamenteel anders georganiseerd zijn. In 2024 werd door Turner een scan uitgevoerd binnen ZorgAccent. Hieruit kwamen positieve indrukken, maar ook een aantal suggesties om de slagkracht te versterken. Onder andere in het aanbrengen van focus van werkgroepen. Hoe heb je hier afgelopen jaar aan gewerkt? Nu Aline weg is, kijken we kritischer naar externe werkzaamheden en werkgroepen. We maken bewust keuzes: is het nodig om altijd vooraan te staan, of is het soms beter om wat meer op de achtergrond te blijven? Er komt meer structuur in de werkgroepen, mede door de inzet van Kristel en de adviseurs bedrijfsprocessen. Ook de afdeling opleiding speelt hierin een rol. We doen niet aan alles mee, maar kijken wel naar relevante subsidies. Waar ben je trots op als je terugkijkt op 2025? Ik ben trots op het vertrouwen in de organisatie en de medewerkers. Dat is niet alleen de visie van de organisatie, maar ik heb dat afgelopen jaar ook echt ervaren. Ik heb gezien in teams dat zij heel hard werken om de kwaliteit van zorg- en dienstverlening hoog te houden. Vooral de creativiteit om tot passende oplossingen te komen en het doorzettingsvermogen van de teams is echt bewonderingswaardig en dat alles in het belang van de cliënten en haar of zijn netwerk. Wat heb je persoonlijk geleerd als bestuurder afgelopen jaar? Vertrouwen in de organisatie en de medewerkers is iets wat ik nog sterker heb ontwikkeld. Het is een groei die aansluit bij onze visie en bij mij als persoon. Zelfsturing werkt op basis van vertrouwen, het nemen van gezamenlijke verantwoordelijk en gaat uit van het vakmanschap van iedere individuele medewerker. Wij doen het gewoon echt goed met elkaar! Welke signalen en ontwikkelingen uit het afgelopen jaar worden meegenomen naar 2026? Dit jaar worden alle wijkverpleging teams getraind in het zorgproces: evalueren en bepalen hoe en wanneer we het gesprek aangaan over of de zorg nog passend is. Ook de training voor zelfsturing blijft een belangrijk aandachtspunt.
Interview met Ina Kerkdijk
Hoe heb je afgelopen jaar vanuit jouw positie gewerkt aan de pijlers, en kun je een voorbeeld geven? Binnen de woonzorg krijgt de samenwerking ‘het samen doen’, steeds meer vorm. De samenwerking tussen locaties is verbeterd. Teams zochten elkaar onderling vaker. Ze gingen samen puzzelen, diensten afstemmen en elkaar ontlasten waar nodig: Hoe kunnen we er nou voor zorgen dat we de kwaliteit van zorg zo goed mogelijk leveren met de beschikbare middelen die we hebben? Ook op goed werkgeverschap is ingezet: de vernieuwde ‘werken-bij’ pagina sluit aan bij jongeren, het AFAS-project optimaliseerde het sollicitatieproces, en introductiebijeenkomsten plus actieve communicatie zorgen dat nieuwe medewerkers zich welkom voelen en snel kennis maken met onze visie op zelfsturing en vertrouwen. Wat leverde de proeftuin Wierden op voor cliënten, medewerkers en partners, en wat viel tegen? Wat tegenviel, was vooral het landelijke proces. Discussies over doelstellingen, financiering en landelijke samenwerking liepen stroperig. Daardoor stokte de energie en bleef de impact beperkter dan we hadden gehoopt.
De werkgroep rondom samenwerking tussen woon- en wijkzorg bleef wel doorwerken. Een concreet voorbeeld is dat casemanagers dementie vaker betrokken blijven tijdens de overgang van thuis naar een woonzorglocatie, ondanks de dubbele financiering. Voor cliënten is dat een enorme steun: er blijft even iemand naast hen staan in een kwetsbare periode. Als verbeterslag, zou het waardevol zijn als de initiatieven uit deze werkgroep ook in andere delen van de organisatie opgepakt worden. Wat gaat goed in de teams en waar worstelen zij mee op het gebied van kwaliteit? Wat ik overal terugzag, was inzet. Ongelooflijk veel inzet. Medewerkers zetten zich met hart en ziel in, zelfs wanneer roosters onder druk staan of collega’s uitvallen. Ze denken creatief mee, zoeken samenwerking met familie en maken eigen jaarplannen. Dat maakt me echt trots. Maar er zijn ook worstelingen rondom zorgzwaarte onbegrepen gedrag of agressie van cliënten. Dat vraagt veel van medewerkers. Dit jaar zal daarom de belevingsgerichte trainingen worden opgezet, zodat medewerkers meer handvatten krijgen. Dat is geen luxe maar noodzaak geworden. Daarbij zie ik ook dat medewerkers echt wel mee bewegen in situaties, zoals bij het project Vrijheid en Veiligheid. Door met elkaar af te stemmen rond cliënten en afdelingen, lukt het om samen sterker te staan – goede zorg doe je echt niet alleen. Samenwerken met andere teams en behandelaars is steeds belangrijker. Daar blijft veel aandacht voor nodig. Afgelopen kwaliteitsbeeld werd het verbeterpunt genoemd: de overdaad aan werkgroepen. Hoe ben je hier afgelopen jaar mee omgegaan? Dat hebben we nog steeds. We hebben kritisch gekeken naar lopende initiatieven en sommige projectgroepen ook echt afgesloten. Tegelijk komen er, mede door regionale samenwerking, steeds weer nieuwe groepen bij. Intern kunnen we nog scherper zijn: wat levert een werkgroep op, voor wie doen we het en kan het kleiner of korter? In de regio zie ik nog veel overlap, wat we op Twents niveau moeten bespreken. Binnenkort, tijdens de Panoramadag, formuleren we ook onze speerpunten en hoort dit thema daar zeker bij. Waar ben je trots op als je terugkijkt naar 2025? Ik ben ontzettend trots op onze medewerkers die zich dag in, dag uit met volle toewijding inzetten voor onze bewoners. Dat mag eigenlijk nooit genoeg benadrukt worden. Iedereen probeert er elke dag opnieuw een feestje van te maken, en juist dat vind ik het meest waardevol. Tevreden medewerkers stralen dat ook uit naar de bewoners; hun betrokkenheid en werkplezier weerspiegelen zich direct in het welzijn van onze bewoners. Wat heb je persoonlijk geleerd in 2025? 2025 kende moeilijke en gevoelige situaties. Dat vroeg om zorgvuldig handelen, ethische keuzes maken en het goed meenemen van medewerkers. Ik heb geleerd dat vertrouwen geven, goed uitleggen en transparant communiceren essentieel zijn. Wat me raakte: medewerkers gingen heel zorgvuldig om met informatie, zonder dat ik ooit iets heb hoeven verbieden. Dat zegt iets over wie we zijn als organisatie en over onze besturingsfilosofie: werken op basis van wederzijds vertrouwen. Waar wil je je in 2026 op richten en hoe neem je medewerkers mee? Ik zie dat de basis van onze ondersteunende afdelingen nog niet overal op orde is. Denk aan ICT, het AFAS-project, de nieuwe werkplekken, de website en het Accentplein. Er zijn veel losse eindjes die medewerkers hinderen in hun dagelijkse werk. Dat moet echt opgelost worden in 2026.